Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4. › Paragraaf 5.

Artikel 4.14

Tijdelijke huisvesting

Onderdeel van Verordening WMO

1.. Het college kan een financiële tegemoetkoming in de kosten van tijdelijke huisvesting verlenen die door de persoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder g, onderdeel 5 en 6 van de wet moeten worden gemaakt in verband met het aanbrengen van woonvoorzieningen in: a.. zijn huidige woonruimte; b.. de door de persoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder g, onderdeel 5 en 6 van de wet nog te betrekken woonruimte. 2.. De financiële tegemoetkoming als bedoeld bij het eerste lid onder a en b wordt uitsluitend verleend voor de periode dat de woonruimte waarin de woonvoorziening wordt aangebracht ten gevolge van het realiseren van de woonvoorziening niet bewoond kan worden en de persoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder g, onderdeel 5 en 6 van de wet, als gevolg daarvan voor dubbele woonlasten komt te staan. 3.. Het college verleent uitsluitend een financiële tegemoetkoming in de kosten van tijdelijke huisvesting als bedoeld in het eerste lid indien deze kosten gemaakt worden in verband met het: a.. tijdelijk betrekken van een woonruimte; b.. langer moeten aanhouden van de te verlaten woonruimte. 4.. Het college verleent slechts een financiële tegemoetkoming in de kosten van tijdelijke huisvesting als de persoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder g, onderdeel 5 en 6 van de wet redelijkerwijs niet kan voorkomen dat hij deze dubbele woonlasten heeft. 5.. De maximale termijn waarvoor een financiële tegemoetkoming in de kosten van tijdelijke huisvesting als bedoeld in het eerste lid wordt verleend, bedraagt zes maanden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel