Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4. › Paragraaf 2.

Artikel 4.3

Primaat van de verhuizing en de uitraasruimte

Onderdeel van Verordening WMO

1.. Een persoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder g, onderdeel 5 en 6 van de wet kan voor een voorziening als bedoeld in artikel 4.2 onder a in aanmerking worden gebracht wanneer aantoonbare beperkingen als gevolg van ziekte of gebrek, inclusief chronische psychische en psychosociale problemen het normale gebruik van de woning belemmeren. 2.. Een persoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder g, onderdeel 5 en 6 van de wet kan voor een voorziening als bedoeld in artikel 4.2 onder b en c in aanmerking worden gebracht wanneer: a.. de in het eerste lid genoemde voorziening niet mogelijk is of niet de goedkoopst adequatevoorziening is, of; b.. er niet binnen 12 maanden na de dag waarop een beslissing op de aanvraag is genomen, een geschikte woning beschikbaar komt, of; c.. aantoonbare medische belemmeringen zich verzetten tegen verhuizing danwel tegen een zoektijd van 12 maanden, of; d.. de geschikte woning een aanzienlijke stijging van de woonlasten met zich meebrengt, of; e.. er sprake is van aanwezigheid van mantelzorg die wordt verleend door mensen uit de directe omgeving van de woning van de aanvrager, of; f.. verhuizing leidt tot inkomstenderving doordat bedrijfsmatige activiteiten niet meer kunnenworden uitgevoerd. 3.. Een persoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder g, onderdeel 5 en 6 van de wet kan voor een voorziening als bedoeld in artikel 4.2, onder d in aanmerking worden gebracht wanneer sprake is van een op basis van aantoonbare beperkingen op grond van ziekte of gebrek, inclusief chronische psychische en psychosociale problemen, aanwezige gedragsstoornis met ernstig ontremd gedrag tot gevolg waarbij alleen het zich kunnen afzonderen kan leiden tot een situatie waarin deze persoon tot rust kan komen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel