**1..** Een persoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder g,
onderdeel 5 en 6 van de wet kan voor een voorziening als bedoeld
in artikel 4.2 onder a in aanmerking worden gebracht wanneer
aantoonbare beperkingen als gevolg van ziekte of gebrek,
inclusief chronische psychische en psychosociale problemen het
normale gebruik van de woning belemmeren.
**2..** Een persoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder g,
onderdeel 5 en 6 van de wet kan voor een voorziening als bedoeld
in artikel 4.2 onder b en c in aanmerking worden gebracht
wanneer:
**a..** de in het eerste lid genoemde voorziening niet mogelijk is of
niet de goedkoopst adequatevoorziening is, of;
**b..** er niet binnen 12 maanden na de dag waarop een beslissing op de
aanvraag is genomen, een geschikte woning beschikbaar komt,
of;
**c..** aantoonbare medische belemmeringen zich verzetten tegen
verhuizing danwel tegen een zoektijd van 12 maanden, of;
**d..** de geschikte woning een aanzienlijke stijging van de woonlasten
met zich meebrengt, of;
**e..** er sprake is van aanwezigheid van mantelzorg die wordt verleend
door mensen uit de directe omgeving van de woning van de
aanvrager, of;
**f..** verhuizing leidt tot inkomstenderving doordat bedrijfsmatige
activiteiten niet meer kunnenworden uitgevoerd.
**3..** Een persoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder g,
onderdeel 5 en 6 van de wet kan voor een voorziening als bedoeld
in artikel 4.2, onder d in aanmerking worden gebracht wanneer
sprake is van
een op basis van aantoonbare beperkingen op grond van ziekte of
gebrek, inclusief chronische psychische en psychosociale
problemen, aanwezige gedragsstoornis
met ernstig ontremd gedrag tot gevolg waarbij alleen het zich
kunnen afzonderen kan leiden tot een situatie waarin deze
persoon tot rust kan komen.