Naar hoofdinhoud

Artikel 11

Budget

Onderdeel van VERORDENING REKENKAMERCOMMISSIE DORDRECHT

De raad neemt jaarlijks in de begroting een budget op voor de kosten van de rekenkamercommissie en het aantal daarvoor uit te voeren onderzoeken. Hiertoe dient de rekenkamercommissie uiterlijk in maart een begroting in bij het presidium voor het daaropvolgende jaar, waarbij naast de budgetten ook de daarbij behorende prestaties worden vermeld. De gegevens voor het onderzoeksbureau worden hierbij door de griffier verstrekt. Het presidium bespreekt deze begroting jaarlijks in april, waarna de (aangepaste) begroting aan het college wordt aangeboden. Het college neemt beleidswijzigingen mee in de Kadernota en verwerkt de gegevens in de begroting. Indien er sprake is van een door het presidium aangepaste begroting, informeert zij de rekenkamercommissie vóór de begroting naar het college wordt gestuurd. De rekenkamercommissie en de griffier voor zover het kosten van het onderzoeksbureau betreft, zijn bevoegd binnen het bij de begroting beschikbaar gesteld budget uitgaven te doen ten behoeve van de uitvoering van hun taken. Ten laste van het in lid 2 genoemde budget worden de kosten gebracht van: de vergoeding van de voorzitter en de leden en zo nodig de kosten van de rechtsvoorganger van de rekenkamercommissie; het onderzoeksbureau, inclusief mogelijke kosten verbonden aan voormalig personeel van dit bureau; externe deskundigen die eventueel door de rekenkamercommissie zijn ingeschakeld; eventuele overige uitgaven die de rekenkamercommissie nodig acht voor de uitoefening van haar taak. De rekenkamercommissie en de griffier zijn voor de besteding van hun budget uitsluitend verantwoording verschuldigd aan de raad.

Rechtspraak bij dit artikel