De raad neemt jaarlijks in de begroting een budget op voor de kosten van de rekenkamercommissie.
Als de rekenkamercommissie buiten het vastgestelde budget een extra onderzoek wil doen, dient zij hiertoe uiterlijk in maart een aanvraag in bij het presidium voor het daaropvolgende jaar voor een incidenteel extra budget.
Het presidium bespreekt deze begroting jaarlijks in april, waarna de (aangepaste) begroting aan het college wordt aangeboden. Het college neemt beleidswijzigingen mee in de Kadernota en verwerkt de gegevens in de begroting. Indien er sprake is van een door het presidium aangepaste begroting, informeert zij de rekenkamercommissie vóór de begroting naar het college wordt gestuurd.
De rekenkamercommissie en de griffier voor zover het kosten van het bureau rekenkamercommissie betreft, zijn bevoegd binnen het bij de begroting beschikbaar gesteld budget uitgaven te doen ten behoeve van de uitvoering van hun taken.
Ten laste van het in lid 2 genoemde budget van de rekenkamercommissie worden de kosten gebracht van:
de vergoeding van de voorzitter en de leden van de rekenkamercommissie;
het bureau rekenkamercommissie, inclusief mogelijke kosten verbonden aan voormalig personeel van dit bureau;
externe deskundigen die door de rekenkamercommissie zijn ingeschakeld;
eventuele overige uitgaven die de rekenkamercommissie nodig acht voor de uitoefening van haar taak.
De rekenkamercommissie en de griffier zijn voor de besteding van hun budget uitsluitend verantwoording verschuldigd aan de raad.