Indien de bedrijfshulpverlener als gevolg van de uitvoering van zijn bedrijfshulpverleningstaak, zoals bedoeld in artikel 5, dan wel bij de oefeningen in het kader van de bedrijfshulpverlening arbeidsongeschikt wordt, wordt deze arbeidsongeschiktheid aangemerkt als “arbeidsongeschiktheid in en door de dienst”, zoals bedoeld in artikel 7:3, derde lid, onder a, van de CAR/UWO, mits de bedrijfshulpverlener zich aan de voorgeschreven veiligheidsvoorschriften heeft gehouden en de arbeidsongeschiktheid niet is te wijten aan zijn schuld of nalatigheid.
Hoofdstuk
Artikel 10
Aansprakelijkheid
Onderdeel van Regeling rechtspositie bedrijfshulpverleners 2002/2