Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 4

Vergoeding reiskosten dienstreis

Onderdeel van Regeling vergoeding kosten woon/werkverkeer en dienstreizen 2006/3

Lid 1 De medewerker dient voor het maken van een dienstreis in principe gebruik te maken van het openbaar vervoer. De reiskosten worden vergoed op basis van de laagste klasse openbaar vervoer. Lid 2 Het afdelingshoofd kan de medewerker vooraf toestemming verlenen om voor het maken van een dienstreis gebruik te maken van een eigen motorvoertuig. Deze toestemming genoemd wordt niet verleend ingeval de dienstreis met het openbaar vervoer mogelijk en/of doelmatig is. Lid 3 Het afdelingshoofd kan toestemming verlenen indien de medewerker goederen moet vervoeren die niet met openbare vervoermiddelen kunnen worden vervoerd of indien door het gebruik van een eigen vervoermiddel de reistijd aantoonbaar minder bedraagt dan de helft van de reistijd per openbare vervoermiddelen. Voorafgaande toestemming is niet vereist indien de medewerker ten minste twee mede-reizenden vervoert. De collega-ambtenaren komen voor die route niet zelfstandig voor een vergoeding van reiskosten in aanmerking. Lid 4 Reiskosten die al vergoed worden op basis van de regeling reiskosten woon-werkverkeer komen niet voor vergoeding in aanmerking.

Rechtspraak bij dit artikel