Lid 1
Een medewerker ontvangt ter zake van een dienstreis onder overlegging van de nodige bewijsstukken een vergoeding van gemaakte verblijfkosten overeenkomstig artikel 5 van de Reisregeling binnenland.
Lid 2
Indien tijdens een dienstreis gelegenheid bestaat maaltijden of overnachting van overheidswege te ontvangen, dient de medewerker daarvan gebruik te maken, tenzij hij aannemelijk kan maken dat hij daarmede redelijkerwijze geen genoegen heeft kunnen nemen. Bij de berekening van de vergoeding wordt rekening gehouden met een vermindering wegens van overheidswege genoten maaltijden en overnachting. Voor "maaltijden en overnachting van overheidswege" wordt aansluiting gezocht bij hetgeen is bepaald in artikel 13, zesde lid, van het Reisbesluit binnenland.
Lid 3
Voor een dienstreis van korter dan drie uur bestaat geen aanspraak op vergoeding wegens verblijfkosten. Voor de berekening van de duur van een dienstreis wordt uitgegaan van het tijdstip van vertrek vanaf de plaats van tewerkstelling of, wanneer de dienstreis vanuit de woning van de medewerker wordt ondernomen, vanaf de woning en het tijdstip van terugkomst op de plaats van tewerkstelling dan wel bij de woning van de medewerker.
Hoofdstuk
Artikel 7
Vergoeding verblijfkosten dienstreis
Onderdeel van Regeling vergoeding kosten woon/werkverkeer en dienstreizen 2006/3