Lid 1
De in artikel 9 lid b bedoelde overeenkomst van
levensverzekering moet:
een lijfrente zijn als bedoeld in artikel 3.124,
onderdeel b en artikel 3.125, eerste lid, onderdeel a, c en d van de Wet
inkomstenbelasting 2001, aangegaan met een verzekeraar als bedoeld in
artikel 3.126 van de Wet inkomstenbelasting 2001, en onbezwaard deel uitmaken
van het vermogen van de Deelnemer of dat van zijn echtgenoot, mits de
termijnen voor de lijfrente, behoudens in geval van overlijden, niet eerder
kunnen ingaan dan in het vijfde jaar nadat de premies zijn voldaan, of;
een overeenkomst van levensverzekering zijn waarbij
een kapitaalsuitkering bij in leven zijn is verzekerd, eventueel met een
vrijstelling van premiebetaling bij invaliditeit, ziekte of ongeval, mits
de polis onbezwaard deel uitmaakt van het vermogen van de Deelnemer of
dat van zijn Partner en voldoet aan de eisen van artikel
8 lid 2 van de Uitvoeringsregeling.
Lid 2
Voor de toepassing van dit artikel worden mede aangemerkt als ingevolge
een overeenkomst van levensverzekering verschuldigde premies: regelmatige
inleggingen waartoe de Deelnemer of zijn Partner zich ingevolge een overeenkomst
tot sparen met levensverzekering heeft verplicht. Het eerste lid van dit
artikel vindt overeenkomstig toepassing.
Lid 3
Rechtstreekse betalingen van premies voor levensverzekeringen als bedoeld
in het eerste lid en van inleggingen voor een spaarovereenkomst als bedoeld
in het tweede lid, door de Deelnemer mogen voor de toepassing van dit
artikel worden gelijkgesteld met ten laste van de Centraal Beheer Achmea
Spaarloon Rekening voldane premies mits de opname geschiedt binnen zes
maanden na de verschuldigdheid van de premie.
Lid 4
Bedragen die worden ingehouden op het loon als vrijwillig te betalen premies
ingevolge een pensioenregeling mogen voor de toepassing van dit artikel
worden gelijkgesteld met bestedingen ten laste van de Centraal Beheer
Achmea Spaarloon Rekening.
Lid 5
Het Spaarloon mag ook rechtstreeks worden aangewend ter voldoening van
door de Deelnemer vrijwillig te betalen premies ingevolge een pensioenregeling.
Lid 6
Bij rechtstreekse betalingen door de Werkgever van vrijwillig door de Deelnemer
betaalde premies voor een pensioenverzekering als bedoeld in artikel
9 (b) treedt de Werkgever op als uitvoerder van de Spaarloonregeling.
Lid 7
Bij de inhouding van de vrijwillige pensioenpremie op het brutoloon zal
het met de vrijwillige pensioenpremie corresponderende totaal van Spaarloon
worden gedeblokkeerd en aan het nettoloon van de Deelnemer worden toegevoegd.
De Werkgever kan bij gebruikmaking van rechtstreekse betaling de eis stellen
dat het Spaarloonbedrag niet meer mag bedragen dan de vrijwillige pensioenpremie.