Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 7

Opname van gelden

Onderdeel van Uitvoeringsregeling Spaarloon 2005

Lid 1 Nadat het op te nemen Spaarloon gedurende vier kalenderjaren op de Centraal Beheer Achmea Spaarloon Rekening heeft uitgestaan, gerekend vanaf de eerste januari van het jaar volgend op het jaar van bijschrijving van dat Spaarloon, mag de Deelnemer te allen tijde beschikken over dit uitstaande Spaarloon. Het Spaarloon zal na afloop van bovenbedoelde periode door de Bank automatisch naar de Tegenrekening worden overgemaakt. Lid 2 Het bepaalde in lid 1 eerste volzin is niet van toepassing indien de Deelnemer het op zijn Centraal Beheer Achmea Spaarloon Rekening uitstaande Spaarloon wenst aan te wenden voor een van de in artikel 9 genoemde doeleinden. Lid 3 De Deelnemer zal bij zijn opdracht tot opname als hiervoor bedoeld ten genoege van de Bank het beoogde bestedingsdoel dienen te specificeren en te documenteren, waarbij de Bank van de echtheid, juistheid en/of volledigheid van de overgelegde stukken in kopievorm mag uitgaan. Lid 4 In het geval dat de Bank gegronde twijfel heeft omtrent het gestelde bestedingsdoel wordt de beoogde opname behandeld overeenkomstig het bepaalde in lid 6 van dit artikel, waardoor de Bank volledig zal zijn gekweten. Lid 5 Indien het Spaarloon binnen de termijn als bedoeld in lid 1 naar het oordeel en volgens de interne richtlijnen van de Bank wordt opgenomen voor andere bestedingen dan bedoeld in lid 2 zal de Bank het opgenomen Spaarloon naar de Werkgever overmaken. Indien de Werkgever inmiddels in staat van faillissement is komen te verkeren, is geliquideerd, naar het buitenland is verplaatst of om welke reden dan ook niet meer inhoudingsplichtig is op grond van het bepaalde in de Wet, is opname slechts mogelijk na verloop van de in lid 1 van dit artikel genoemde periode. Lid 6 De opnames mogen nimmer plaatsvinden in strijd met de Wet en de Uitvoeringsregeling. Lid 7 In afwijking van het bepaalde in lid 1 wordt de in de eerste zin van dat lid bedoelde termijn van vier kalenderjaren verkort tot drie kalenderjaren en acht maanden ingeval het Spaarloon in 2001 op de Centraal Beheer Achmea Spaarloon Rekening is overgemaakt. Lid 8 In afwijking van het bepaalde in lid 1 wordt de in de eerste zin van dat lid bedoelde termijn van vier kalenderjaren verkort tot twee kalenderjaren en acht maanden ingeval het Spaarloon in 2002 op de Centraal Beheer Achmea Spaarloon Rekening is overgemaakt. Lid 9 In afwijking van het bepaalde in lid 1 wordt de in de eerste zin van dat lid bedoelde termijn van vier kalenderjaren verkort tot een kalenderjaar en acht maanden ingeval het Spaarloon in 2003 op de Centraal Beheer Achmea Spaarloon Rekening is  overgemaakt. Lid 10 In afwijking van het bepaalde in lid 1 wordt de in de eerste zin van dat lid bedoelde termijn van vier kalenderjaren verkort tot acht maanden ingeval het Spaarloon in 2004 op de Centraal Beheer Achmea Spaarloon Rekening is overgemaakt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel