Lid 1
Het vakantieverlof wordt voor de ambtenaar, die vóór
1 januari 2007 in dienst is getreden bij de gemeente Zeist en in een kalenderjaar
de leeftijd van 30 jaar bereikt, vermeerderd met 7,2 uren, vervolgens
bij het bereiken van de leeftijd van 40 jaar opnieuw met 7,2 uren en verder
bij elke vijf jaar ouder nog eens met 7,2 uren. Maximaal worden op grond
van dit lid 43,2 uren extra verlof toegekend.
Het verlof als bedoeld in het eerste lid wordt voor
de ambtenaar die op of na 1 januari 2007 in dienst treedt bij de gemeente
Zeist, te beginnen met een kalenderjaar waarin de ambtenaar de leeftijd
van 45 jaar bereikt, vermeerderd met 7,2 uren en verder bij elke vijf
jaar ouder opnieuw met 7,2 uren. Maximaal worden op grond van dit lid
28,8 uren extra verlof toegekend.
Lid 2
Het vakantieverlof van de ambtenaar wordt over het kalenderjaar waarin
een diensttijd van 15 jaar, 25 jaar of 35 jaar wordt bereikt, alsmede
over de daarop volgende jaren vermeerderd met respectievelijk 14,4, 21,6
en 36 uren.
Lid 3
De ambtenaar kan geen aanspraak maken op zowel het leeftijdsverlof, zoals
bedoeld in het eerste lid, als het diensttijdverlof, zoals bedoeld in
het tweede lid. Van toepassing is de hoogste uitkomst van het leeftijdsverlof
of diensttijdverlof.
Lid 4
Voor ambtenaren met een parttime aanstelling geldt een aantal uren vermeerdering
van het vakantieverlof op grond van dit artikel naar rato van de deeltijdfactor.
Lid 5
De inroostering van op weekbasis te werken uren wordt aan het begin van
het jaar op de verlofkaart aangegeven volgens een specificatie van de
ochtend- en middaguren per werkdag.