Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 1

Begripsomschrijvingen

Onderdeel van Werktijdenregeling 2005/2

In deze regeling wordt verstaan onder: Arbeidsduur per jaar: de naar jaarbasis herleide formele arbeidsduur per week, gecorrigeerd voor feestdagen; Formele arbeidsduur per week: de arbeidsduur volgens de aanstelling; Deeltijdbetrekking: een betrekking waarbij de arbeidsduur per jaar minder dan 1836 uur bedraagt en de formele arbeidsduur per week minder dan 36 uur bedraagt. Arbeidsduur voor deeltijders per jaar: de naar jaarbasis herleide formele arbeidsduur per week berekend met behulp van de breuk van de arbeidsduur volgens de aanstelling gedeeld door de arbeidsduur bij een volledige betrekking vermenigvuldigd met de arbeidsduur per jaar bij een volledige betrekking Feitelijke arbeidsduur per week: de arbeidsduur zoals die voor de ambtenaar voor een bepaalde week is vastgesteld; Ambtenaar: de ambtenaar, zoals bedoeld in artikel 1:1, eerste lid, onder a, CAR/UWO; het College: het college van Burgemeester en Wethouders Vakantie: het recht van de ambtenaar in elk kalenderjaar op vakantie-uren met behoud van bezoldiging Verlofkaart: kaart waarop de administratie wordt bijgehouden van de vakantie- en compensatie-uren; Compensatie-uren: de uren die per week ontstaan als gevolg van het verschil tussen de formele en feitelijke arbeidsduur; Werkdag: een dag waarop de ambtenaar arbeid moet verrichten; Werktijd: de periode tussen vastgestelde tijdstippen gedurende welke door de ambtenaar arbeid moet worden verricht; Bandbreedte: Het aantal uren waarmee de feitelijke arbeidsduur per week kan fluctueren; Werkrooster: een schematisch overzicht waarop arbeidstijden in een bepaalde periode zijn aangegeven; Bloktijd: de perioden waarbinnen de ambtenaar in principe op een normale werkdag aanwezig dient te zijn ( van 9.00 uur tot 12.00 uur en van 14.00 uur tot 16.00 uur); Bedrijfstijd: De dagelijkse reguliere bedrijfstijd ligt tussen 07.30 uur en 18.00 uur. Per bedrijfsonderdeel kan dit afwijkend worden geregeld; Pauze: een aaneengesloten periode waarmee de arbeid tijdens de dienst wordt onderbroken; Overwerk: werkzaamheden door de ambtenaar in dienstopdracht verricht buiten de feitelijke arbeidsduur per week; Collectieve sluitingsdagen: werkdagen waarop de gemeente collectief is gesloten; Brugdagen: de periode van een of meerdere werkdagen die ligt tussen twee erkende feestdagen of tussen een erkende feestdag en een zaterdag of tussen een zondag en een erkende feestdag.

Rechtspraak bij dit artikel