Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 7

Prikklokuren

Onderdeel van Werktijdenregeling 2005/2

Lid 1 Uitgaande van de door de ambtenaar te volgen vaste werktijden op werkdagen kan de werktijd op een werkdag incidenteel met maximaal één uur worden verlengd dan wel worden verkort. Lid 2 De in het vorige lid incidenteel geboden mogelijkheid om meer of minder te werken, wordt afzonderlijk op de verlofkaart geadministreerd. Lid 3 Het saldo van meer of minder gewerkte uren kan nimmer meer dan 10 uren bedragen bij een volledige aanstelling. Bij een formele arbeidsduur van 24 tot 36 uur per week bedraagt het saldo maximaal 6 uren. Bij een formele arbeidsduur van minder dan 24 uur per week bedraagt het saldo van meer of minder gewerkte uren maximaal 4 uren. Lid 4 Een positief urensaldo kan worden omgezet in variabel verlof, niet zijnde het vakantieverlof, tot een maximum van tien halve dagen per jaar van ten hoogste 3,6 uren voor welke halve dagen de bloktijd niet geldt en de ambtenaar voor het wel gewerkte dagdeel gedurende tenminste de bloktijd aanwezig is. Lid 5 Aan het eind van het kalenderjaar kan noch een positief, noch een negatief urensaldo resteren en kan een saldo op grond van dit artikel niet worden overgeboekt naar het volgende kalenderjaar. Lid 6 Indien de ambtenaar dit wenst kan – voor zover aanwezig - gebruik worden gemaakt van de klokkaart hetgeen als een aanvulling wordt aangemerkt op de verplichte registratie op grond van het tweede lid.

Rechtspraak bij dit artikel