De leidinggevende is verantwoordelijk voor de bezetting van de afdeling.
Eenmaal per jaar worden basisafspraken gemaakt tussen de leidinggevende en
de medewerker over de werktijden, verlof en werkplanning binnen het
dagvenster. Deze afspraken worden schriftelijk vastgelegd.
Uitgangspunt bij het maken van de basisafspraken over werktijden is een
efficiënte en effectieve bedrijfsvoering, een goede procesgang van de
werkzaamheden op de afdeling, bereikbaarheid voor interne en externe klanten
en een optimale samenwerking op en tussen de afdelingen.
De volgende onderwerpen dienen in ieder geval te worden besproken:
Het aantal uren per werkdag dat de medewerker normaal gesproken
werkt.
Het opnemen van compensatie-uren.
Een afweging tussen het persoonlijk belang van de medewerker en het
dienstbelang.
Bijstelling van de afspraken kan in overleg plaatsvinden. In ieder geval
worden tweemaal per jaar de basisafspraken over werktijden, verlof en
werkplanning geëvalueerd. Overleg hierover is een vast onderdeel van de
gesprekkencyclus.
Wanneer de medewerker binnen het dagvenster werkzaamheden moet verrichten
buiten de afgesproken werktijden, wordt de gewerkte tijd op een ander moment
gecompenseerd. De leidinggevende en de medewerker maken samen afspraken om
de tijd op korte termijn te compenseren. Deze uren kunnen niet opgespaard
worden of worden omgezet in vakantieuren.