Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 10

Vergaderfrequentie

Onderdeel van Verordening op de raadscommissies

Lid 1 De raadscommissies vergaderen volgens een vergaderschema dat in concept, door de raadsgriffier en voorzitter van de raad, wordt opgesteld en na verkregen advies van het presidium door de raad is vastgesteld. Lid 2 Een raadscommissie vergadert voorts wanneer de voorzitter het nodig oordeelt of wanneer tenminste twee fracties schriftelijk met opgaaf van redenen daarom verzoeken. Lid 3 De voorzitter kan in bijzondere gevallen een andere dag of aanvangsuur bepalen of een andere vergaderplaats aanwijzen. Hij voert hierover overleg met de griffier. Lid 4 De vergaderingen eindigen niet later dan om 23.00 uur. Wanneer de agenda niet om 23.00 uur is afgehandeld, wordt een vergadering op een door de raadscommissie te bepalen dag en uur voortgezet. Lid 5 In afwijking van het bepaalde in het vierde lid kan de raadscommissie besluiten dat een vergadering na 23.00 uur wordt voortgezet. Een zodanig besluit bevat een bepaling over de nog te behandelen voorstellen of over de maximale duur van de vergadering.

Rechtspraak bij dit artikel