Lid 1
De commissies bestaan uit tenminste één en ten hoogste twee leden van elke raadsfractie.
Lid 2
De aanwijzing van de vaste leden en plaatsvervangende leden van de commissies vindt door en uit het midden van de onderscheiden raadsfracties voor de duur van de zittingsperiode van de raad plaats. Voor aanwijzing als commissielid komen ook door de raad benoemde fractieassistenten in aanmerking.
Lid 3
Het lidmaatschap van een commissie eindigt wanneer de betrokkene geen deel meer uitmaakt van de raad, geen fractieassistent meer is of tot voorzitter van de commissie wordt benoemd.
Lid 4
In tussentijds openvallende plaatsen in een commissie wordt binnen zes weken na het openvallen of - indien gelijktijdig een vacature in de raad is ontstaan - binnen zes weken, nadat het ter vervulling van die vacature benoemd verklaarde lid zitting heeft genomen, voorzien.
Hoofdstuk
Artikel 4
Samenstelling, zittingsduur en vacatures
Onderdeel van Verordening op de raadscommissies