Lid 1
Bij de voorlopige vaststelling van de agenda van de raadscommissie besluit de voorzitter bij elk agendapunt over het al dan niet uitnodigen van een of meer wethouders of de burgemeester in de hoedanigheid van portefeuillehouder om bij de commissievergadering aanwezig te zijn en deel te nemen aan de beraadslagingen. Hij draagt zorg voor vermelding daarvan op de agenda.
Lid 2
Na ontvangst van de oproep en agenda voor de commissievergadering kan een lid van de commissie tot uiterlijk donderdagavond voorafgaand aan de week van de commissiebehandeling via de commissiegriffier aan de voorzitter melden dat hij/zij de aanwezigheid van een of meer van de portefeuillehouders wenselijk acht. De commissiegriffier draagt in overleg met de voorzitter zorg voor uitnodiging van de betreffende portefeuillehouder.
Lid 3
Wanneer de burgemeester of een wethouder in de hoedanigheid van portefeuillehouder niet is uitgenodigd, maar de vergadering wel bij wil wonen om aan de beraadslagingen deel te kunnen nemen, kan hiertoe een verzoek aan de voorzitter worden gedaan.
Lid 4
De voorzitter neemt zo spoedig mogelijk een voorlopige beslissing op het verzoek.
Lid 5
De raadscommissie kan bij aanvang van de vergadering beslissen dat de burgemeester en één of meer wethouders niet als deelnemer in de vergadering aanwezig mogen zijn of aan de beraadslagingen mogen deelnemen.