**1..** De commissie is als volgt samengesteld:
er is een eerste voorzitter en er zijn voorts ten minste drie andere voorzitters, die op aanbeveling van burgemeester en wethouders door de gemeenteraad worden benoemd, met dien verstande, dat deze functies onverenigbaar zijn met het lidmaatschap van de raad, met het ambt van burgemeester van Leiden en met de in artikel 13 van de Gemeentewet genoemde betrekkingen. Bij de aanbeveling dragen burgemeester en wethouders er zorg voor dat ten minste één voorzitter de instemming heeft van het Georganiseerd Overleg;
er worden maximaal tien leden en zes plaatsvervangende leden door de gemeenteraad uit zijn midden benoemd, met dien verstande dat de functie van burgemeester onverenigbaar is met het lidmaatschap van de commissie. Ook duoraadsleden kunnen door de gemeenteraad worden benoemd als lid of plaatsvervangend lid van de commissie.
Bij aanvang van de raadsperiode kunnen in plaats van de zes plaatsvervangende leden genoemd onder b. maximaal 12 plaatsvervangende leden door de gemeenteraad benoemd worden uit de kring van ex-raadsleden die tot het aantreden van de zittende gemeenteraad lid van de gemeenteraad waren.
twee vertegenwoordigers van de vakbonden en twee plaatsvervangende vertegenwoordigers, aan te wijzen door het Georganiseerd Overleg;
twee door het college van burgemeester en wethouders aan te wijzen ambtenaren en twee plaatsvervangers.
**2..** Het bepaalde in artikel 10 van de Gemeentewet ten aanzien van raadsleden is van overeenkomstige toepassing op de leden als bedoeld in het eerste lid, onder a, van dit artikel, met uitzondering van het vereiste van ingezetenschap van de gemeente.
**3..** De in het eerste lid, onder d en e, bedoelde leden van de commissie hebben slechts zitting in de afdeling, welke wordt belast met de behandeling van bezwaarschriften ingevolge hoofdstuk III van deze verordening.
**4..** Voor de benoeming van ieder van de in het eerste lid, onder a, bedoelde leden dienen burgemeester en wethouders, de commissie gehoord, een aanbeveling in van zo mogelijk twee personen.
**5..** Wanneer de voorzitter van de afdeling als bedoeld in hoofdstuk III van deze verordening is verhinderd, wordt deze vervangen door de eerste voorzitter.
**6..** Waar in deze verordening wordt gesproken over leden zijn, behalve wanneer de aard van de desbetreffende bepaling zich daartegen verzet, daaronder begrepen de plaatsvervangende leden.
Hoofdstuk I:
Artikel 3
Samenstelling
Onderdeel van Verordening op de Commissie voor de Beroep- en Bezwaarschriften 2009