1. De marktgelden moeten worden voldaan op het tijdstip, waarop een standplaats is ingenomen.
2. De marktgelden voor vaste standplaatsen worden, in afwijking van het bepaalde in het eerste lid, bij de standplaatshouder middels kwartaalnota’s.
3. Indien het gebruik van een vaste standplaats voor het einde van het kalenderkwartaal wordt beëindigd, wordt ontheffing verleend over zoveel volle kalendermaanden als er na beëindiging van het gebruik van de vaste standplaats in het kalenderkwartaal overblijven.
Artikel 6
Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van marktgelden 2011