Naar hoofdinhoud

Paragraaf 3

Artikel 3.3

Uitvoering van het onderzoek en rapportage.

Onderdeel van Verordening op de rekenkamercommissie Den Helder 2011

1.. De rekenkamercommissie is belast met en verantwoordelijk voor de uitvoering van het onderzoek volgens de door haar vastgestelde onderzoeksopzet. 2.. De in het vorige lid bedoelde onderzoeksopzet wordt door de commissie ter kennisneming aan de raad verstuurd. 3.. De rekenkamercommissie beoordeelt of het wenselijk is de raad tussentijds te informeren. 4.. De rekenkamercommissie is bevoegd van alle leden van het gemeentebestuur en van alle ambtenaren de mondelinge en schriftelijke inlichtingen in te winnen die zij nodig heeft voor de uitvoering van het onderzoek. De rekenkamercommissie kan de bevoegdheid tot het inwinnen van inlichtingen mandateren aan de secretaris en de overige medewerkers die haar bij de uitvoering van haar taak terzijde staan. De leden van het gemeentebestuur en de ambtenaren van de gemeente zijn verplicht de gevraagde inlichtingen binnen de door de rekenkamercommissie gestelde redelijke termijn te verstrekken. 5.. De rekenkamercommissie vergadert in beslotenheid, haar rapporten zijn openbaar. Op grond van de belangen genoemd in artikel 10 van de Wet Openbaarheid van Bestuur kan de rekenkamercommissie rapporten die aan de raad worden voorgelegd of gedeelten daarvan als geheim aanmerken. De leden van de rekenkamercommissie en degenen die ten behoeve van de rekenkamercommissie werkzaam zijn, zijn verplicht tot geheimhouding van al hetgeen hen in hun hoedanigheid van lid, respectievelijk medewerker ter kennis is gekomen. 6.. De rekenkamercommissie kan openbare informatieve vergaderingen beleggen. 7.. De rekenkamercommissie stelt betrokken ambtenaren en eventueel andere betrokkenen in de gelegenheid om binnen een door haar te stellen termijn die ten minste twee weken en maximaal één maand bedraagt, hun zienswijze op de weergave en interpretatie van de feiten in het concept-rapport van bevindingen aan de rekenkamercommissie kenbaar te maken. Betrokkenen zijn degenen wier taakuitvoering (mede) voorwerp van onderzoek is of is geweest. De rekenkamercommissie bepaalt wie verder als betrokkenen worden aangemerkt. Naar aanleiding van de ontvangen reacties kan de rekenkamercommissie besluiten het rapport van bevindingen aan te passen. Vervolgens zal zij de nota met conclusies en aanbevelingen formuleren. 8.. De rekenkamercommissie stelt het college in de gelegenheid om binnen een door haar te stellen termijn die ten minste twee weken en maximaal één maand bedraagt, zijn zienswijze op het rapport van bevindingen en de nota met conclusies en aanbevelingen aan de rekenkamercommissie kenbaar te maken. Na ontvangst van de reactie van het college formuleert de rekenkamercommissie haar nawoord. 9.. Na vaststelling door de rekenkamercommissie worden het rapport van bevindingen en de nota met conclusies en aanbevelingen zo spoedig mogelijk aangeboden aan de raad. Met de aanbieding van het rapport van bevindingen en de nota met conclusies en aanbevelingen is het rapport openbaar geworden. 10.. Na de aanbieding van het rapport van bevindingen en de nota met conclusies en aanbevelingen stelt het presidium een raadsvoorstel op, waarbij de reactie van het college is gevoegd. De raad bespreekt het voorstel door tussenkomst van de aan het onderwerp gerelateerde raadscommissie binnen 6 weken na aanbieden van het rapport van bevindingen. De leden van de rekenkamercommissie nemen geen deel aan de beraadslaging. Wel kunnen zij door de raad worden uitgenodigd om een bijdrage te leveren aan de behandeling in de vorm van een toelichting.

Rechtspraak bij dit artikel