Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 7

Artikel 10

De hoogte van de bestuurlijke boetes voor de verschillende overtredingen

Onderdeel van Verordening Wet inburgering gemeente Leiden 2009

1.. De inburgeringsplichtige of de persoon ten aanzien van wie het college op redelijke gronden kan vermoeden dat deze inburgeringsplichtig is, die geen of onvoldoende medewerking verleent aan het onderzoek, bedoeld in artikel 25 lid 4 4van de wet, wordt een bestuurlijke boete opgelegd. Deze boete bedraagt 10% van de toepasselijke bijstandsnorm voor een alleenstaande inclusief de maximale gemeentelijke toeslag op grond van de Wet werk en bijstand. 2.. De inburgeringsplichtige die geen of onvoldoende medewerking verleent aan de uitvoering van de voor hem vastgestelde inburgeringsvoorziening, bedoeld in artikel 23 lid 1 van de wet of aan de verplichtingen als bedoeld in artikel 7 van deze verordening, wordt een bestuurlijke boete opgelegd. Deze boete bedraagt 20% van de toepasselijke bijstandsnorm voor een alleenstaande inclusief de maximale gemeentelijke toeslag op grond van de Wet werk en bijstand. 3.. De bestuurlijke boete bedraagt 50% van de toepasselijke bijstandsnorm voor een alleenstaande inclusief de maximale gemeentelijke toeslag op grond van de Wet werk en bijstand., indien de inburgeringsplichtige niet binnen de in artikel 7 lid 1van de wet bedoelde termijn of binnen de door het college op grond van artikel 31 lid 2 onderdeel a van de wet verlengde termijn het inburgeringsexamen heeft behaald.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel