De precariobelasting wordt niet geheven ter zake van het hebben van:
voorwerpen, waarvan de gemeente ter zake van het gebruik van de voor
de openbare dienst bestemde gemeentegrond waarop het voorwerp of de
voorwerpen zich bevinden een recht heft op grond van artikel 229,
eerste lid, onderdeel a, van de Gemeentewet, dan wel waarvoor een
privaatrechtelijke vergoeding is overeengekomen en is betaald;
voorwerpen, waarvan de gemeente genothebbende krachtens eigendom,
bezit of beperkt recht is, met uitzondering van voorwerpen die in
gebruik zijn bij een derde;
voorwerpen, welke op grond van een wettelijk voorschrift, een
overeenkomst of anderszins rechtens moeten worden gedoogd;
buizen in de grond tot lozing van fecaliën, huishoud- of
hemelwater.
Artikel 4
Vrijstellingen
Onderdeel van Verordening op de heffing en inning van precariobelasting 2011