Naar hoofdinhoud

Afdeling II.

Artikel 2

Vergunningplicht

Onderdeel van VERORDENING AFVALWATERVERWERKING 2011

1.. Het is verboden zonder een daartoe verleende aansluitvergunning een aansluiting van een particulier riool op het openbaar riool of CAD-systeem tot stand te brengen of te wijzigen. 2.. Het college verleent een aansluitvergunning alleen voor het tot stand brengen en in stand houden van een aansluiting tussen het openbaar riool en het aansluitpunt: voor de afvoer van afvalwater inclusief hemelwater indien ter plaatse een gemengd stelsel aanwezig is; voor de afvoer van afvalwater zonder hemelwater naar het daarvoor bedoelde buizenstelsel, indien ter plaatse een (verbeterd) gescheiden stelsel aanwezig is; voor de afvoer van hemelwater naar het daarvoor bedoelde buizenstelsel, indien ter plaatse een (verbeterd) gescheiden stelsel aanwezig is; voor de afvoer van afvalwater vanuit stapelbouw, indien de vuilwateraansluiting wordt voorzien door de aanvrager van een rioolput met een diameter van 300 mm, deze put komt in de plaats van een ontstoppingsstuk; voor de afvoer van afvalwater vanuit glastuinbouwbedrijven, indien er is voorzien in een buffertank met een inhoud voldoende om het proceswater van vier etmalen te bergen en een systeem voor gestuurd lozen zoals voorgeschreven door de gemeente. Verder zijn specifieke voorwaarden per type afvalwater opgenomen in bijlage 1; voor de afvoer van hemelwater van dakoppervlakken naar het open water; voor de afvoer van afvalwater zonder hemelwater indien ter plaatse riolering onder overdruk of onderdruk aanwezig is of een andere voorziening in eigendom van de gemeente. 3.. Het college verleent een aansluitvergunning alleen voor het tot stand brengen en in stand houden van een aansluiting tussen het CAD-systeem en het aansluitpunt voor de afvoer van afvalwater vanuit glastuinbouwbedrijven. Verder zijn specifieke voorwaarden per type afvalwater opgenomen in bijlage 4. 4.. Indien voor meer dan één aansluiting op het openbaar riool een aansluitvergunning wordt aangevraagd, wordt hiervoor één vergunning verleend waarin alle aansluitingen afzonderlijk worden vermeld. 5.. In de vergunning kunnen voorschriften worden opgenomen met betrekking tot: het tot stand brengen van de aansluiting; het onderhoud, de renovatie en de vervanging van de perceelaansluitleiding; sloopwerkzaamheden op het perceel van de rechthebbende; de periode waarvoor de vergunning wordt verleend indien de aansluiting is bedoeld voor de afvoer van bronneringswater of indien het een tijdelijke aansluiting betreft. 6.. De rechthebbende is in geval van rechtsovergang verplicht binnen twee weken aan het college schriftelijk mededeling te doen van naam en adres van de rechtsopvolger.

Rechtspraak bij dit artikel