Inspraak wordt in elk geval verleend op beleidsvoornemens
betreffende:
de voorbereiding of herziening van ruimtelijke
plannen,
de stadsvernieuwing;
de subsidiebrief;
verkeers- en vervoersplannen;
het gemeentelijk milieubeleidsplan;
de welzijnsvoorzieningen;
de voorbereiding van de toepassing van artikel 19,
eerste lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening;
beleidsvoornemens anders dan de voormelde, waarbij het
redelijkerwijze te verwachten is dat velen zich daarbij
betrokken voelen.
Voorts wordt ten aanzien van een beleidsvoornemen waarop reeds inspraak
is verleend, opnieuw inspraak verleend, indien er een termijn van
tenminste drie jaar is verstreken tussen de gegeven inspraak over het
beleidsvoornemen en de definitieve vaststelling van dat
beleidsvoornemen, tenzij aannemelijk is dat de reeds ingebrachte
inspraakreacties nog als actueel kunnen worden beschouwd.
Nadat burgemeester en wethouders hebben besloten het
beleidsvoornemen vrij te geven voor inspraak, brengen zij het
beleidsvoornemen ter kennis van de raadscommissie tot welk
taakveld het beleidsvoornemen behoort.
In afwijking van hetgeen in het eerste lid is bepaald wordt geen
inspraak verleend
indien inspraak bij of krachtens de wet is
uitgesloten;
indien sprake is van uitvoering van regelingen van
hogere overheden waarbij van enige beleidsvrijheid geen
sprake is;
ten aanzien van ondergeschikte herzieningen van een
eerder vastgesteld beleidsvoornemen;
ten aanzien van een beleidsvoornemen dat rechtstreeks
voortvloeit uit een beleidsvoornemen waarover reeds
inspraak heeft plaats gehad;
indien in een eerder stadium reeds inspraak op het
beleidsvoornemen is verleend, tenzij de afwijkingen naar
aard en omvang in een later stadium ten opzichte van
voornoemd beleidsvoornemen zodanig zijn dat een geheel
ander plan is ontstaan;
ten aanzien van de begroting en de hoogte van
belastingen en tarieven;
ten aanzien van een beleidsvoornemen dat uitsluitend of
hoofdzakelijk betrekking heeft op interne of
organisatorische aangelegenheden van de gemeente;
Op het besluit daartoe van burgemeester en wethouders is het bepaalde in
artikel 6, eerste lid, van overeenkomstige toepassing. Het besluit maakt
melding van de mogelijkheid om ex artikel 13 van de Inspraakverordening
een klacht in te dienen.