**1..** Indien een bestuursorgaan niet tijdig beslist en, na schriftelijk in gebreke te zijn gesteld, nalatig blijft te beslissen, is het bestuursorgaan aan de aanvrager of indiener van het bezwaarschrift een dwangsom verschuldigd van € 20 per dag voor elke dag dat het bestuursorgaan in gebreke blijft, tot een maximum van € 1.000.
**2..** De eerste dag waarover de dwangsom verschuldigd is, is de dag waarop twee weken zijn verstreken na de dag waarop het bestuursorgaan de ingebrekestelling heeft ontvangen.
**3..** Een ingebrekestelling kan worden verzonden zodra het bestuursorgaan niet tijdig beslist.
**4..** Bezwaar of beroep tegen het niet tijdig geven van de beschikking schorst niet de werking van de dwangsom.
**5..** Geen dwangsom is verschuldigd indien:
het bestuursorgaan onredelijk laat in gebreke is gesteld;
het niet tijdig beslissen te wijten is aan de aanvrager of indiener van het bezwaarschrift
indien duidelijk is dat de aanvraag buiten behandeling zal worden gesteld of zal worden afgewezen danwel het bezwaar kennelijk niet ontvankelijk of kennelijk ongegrond is;
het bestuursorgaan door overmacht niet in staat is een beschikking te geven, of
de aanvrager of indiener van het bezwaarschrift met uitstel akkoord is gegaan.
**6..** Indien er meer dan één aanvrager is, is de dwangsom aan ieder van de aanvragers voor een gelijk deel verschuldigd. Dit is van overeenkomstige toepassing op indieners van een bezwaarschrift.
Artikel 2
Verschuldigdheid van de dwangsom
Onderdeel van Verordening dwangsom bij niet tijdig beslissen