In deze verordening wordt verstaan onder
medewerking aan het in exploitatie brengen van gronden: het door of met medewerking van de gemeente treffen van voorzieningen van openbaar nut, waardoor de in het exploitatiegebied gelegen onroerende zaken gebaat worden;
exploitatiegebied: een als zodanig door de gemeenteraad aangewezen gebied, dat gebaat is door de aanleg van voorzieningen van openbaar nut;
exploitant: de genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht of anderszins rechthebbende van een in het exploitatiegebied gelegen onroerende zaak welke door het treffen van voorzieningen van openbaar nut gebaat is;
exploitatieovereenkomst: de overeenkomst, onder welke naam dan ook gesloten, waarin de gemeente met een exploitant de voorwaarden overeenkomt waaronder de gemeente voorzieningen van openbaar nut zal treffen of daaraan medewerking zal verlenen;
aangevuld bekostigingsbesluit: een besluit van de gemeenteraad waarin overeenkomstig artikel 222 Gemeentewet wordt besloten in welke mate de aan de voorzieningen verbonden lasten zullen kunnen worden verhaald op een daarbij aangeduid gebied, aangevuld met een omschrijving van de voorzieningen van openbaar nut en een begroting van kosten en opbrengsten;
(treffen van) voorzieningen van openbaar nut: (het verrichten van) werken en werkzaamheden binnen een exploitatiegebied alsmede buiten het exploitatiegebied, voor zover de binnen het exploitatiegebied liggende onroerende zaken door deze voorzieningen direct dan wel indirect worden gebaat.
afstand van gronden aan de gemeente: eigendomsoverdracht van gronden aan de gemeente.
Onder meer de volgende werken en werkzaamheden worden in ieder geval beschouwd als voorzieningen van openbaar nut in de zin van deze verordening:
het dempen van sloten en verrichten van grondwerk ten behoeve van voorzieningen van openbaar nut met inbegrip van het egaliseren, ophogen en afgraven van percelen;
de aanleg, vernieuwing en wijziging van riolering, met inbegrip van het realiseren van de daarbij bijbehorende werken;
het realiseren van alle weg- en waterbouwkundige werken, waaronder begrepen wegen, parkeervoorzieningen, pleinen, trottoirs, voet- en rijwielpaden, straatmeubilair, evenals waterpartijen, watergangen, drainages, bruggen, tunnels, viaducten en alle andere rechtstreeks met de aanleg en inrichting van deze voorzieningen en kunstwerken verband houdende werken;
de aanleg van plantsoenen en andere groenvoorzieningen, waaronder begrepen de aanleg en inrichting van openbare speelplaatsen en speelweiden alsmede de sierende elementen welke rechtstreeks voortvloeien uit een juiste uitvoering van een verzorgd bestemmingsplan;
de plaatsing van openbare verlichting, verkeersborden en andere borden, verkeersregelinstallaties en brandkranen met de nodige aansluitingen;
het realiseren van waterhuishoudkundige voorzieningen, met inbegrip van drainagevoorzieningen;
het verrichten van bodemonderzoek en –sanering van de ondergrond van voorzieningen van openbaar nut, voor zover die niet op andere wijze
verhaald of gesubsidieerd kunnen worden of voor zover verhaal bij derden van de daarmee verband houdende kosten niet in de rede ligt;
het treffen van milieutechnische en ecologisch noodzakelijke maatregelen en voorzieningen ter uitvoering van een bestemmingsplan, waaronder geluidsvoorzieningen en noodzakelijke verplaatsing van milieuhinderlijke bedrijven buiten het exploitatiegebied;
de verwerving van de ondergrond van voorzieningen van openbaar nut;
het slopen van opstallen op, in of boven de ondergrond van voorzieningen van openbaar nut; k. alle overige werkzaamheden die noodzakelijk zijn voor het treffen van voorzieningen van openbaar nut.
Hoofdstuk 1
Artikel 1
Algemene begripsbepalingen
Onderdeel van Verordening houdende de voorwaarden waaronder de gemeente medewerking zal verlenen aan het in exploitatie brengen van gronden