1.Het college verstrekt aan uitkeringsgerechtigden die onbeloonde
additionele
werkzaamheden verrichten conform artikel 10a, zesde lid van de wet een
premie van
telkens € 300,00.
2.Het recht op een premie als bedoeld in het eerste lid wordt elke zes
maanden beoordeeld.
3.De premie wordt geweigerd indien bij de beoordeling blijkt dat de
uitkeringsgerechtigde
aan de onbeloonde additionele werkzaamheden verbonden verplichtingen in
de
voorafgaande zes maanden heeft geschonden.
4.Onverminderd het eerste lid komen ook personen als bedoeld in artikel
7, derde lid van de
wet voor een premie in aanmerking indien zij aan alle voorwaarden
voldoen.
5.Voor zover de uitkeringsgerechtigde niet beschikt over een
startkwalificatie, als bedoeld in
de Wet educatie beroepsonderwijs (WEB), wordt binnen 6 maanden na
aanvang van de
onbeloonde additionele werkzaamheden door het college bekeken in
hoeverre scholing of
opleiding kan bijdragen aan vergroting van de kans op inschakeling in
het arbeidsproces.
Het college betrekt bij deze beoordeling:
het oordeel van degene in wiens opdracht de
uitkeringsgerechtigde de additionele
werkzaamheden uitvoert;
b.de scholingswens van de belanghebbende;
Paragraaf 3.
Artikel 18.
Premie onbeloonde additionele werkzaamheden
Onderdeel van Uitvoeringsbesluit re-integratieverordening gemeente Harderwijk 2011