1 Ter bescherming van natuur en landschap is het op het grondgebied gelegen buiten de bebouwde kom verboden de door het college nader aangeduide paddenstoelen, bloemen of planten te plukken of bij zich te hebben.
2 Het verbod uit het eerste lid geldt niet:
a.ten aanzien van paddenstoelen, bloemen of planten gekweekt in particuliere tuinen, tuincentra of kwekerijen;
b indien de in dit artikel bedoelde handelingen worden verricht in het kader van normale onderhoudswerkzaamheden en of exploitatie van terreinen.
3 Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod.
4 Het in dit artikel bepaalde geldt niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer, de flora- en faunawet of het Wetboek van Strafrecht van toepassing is.
Hoofdstuk 4 › Afdeling 6
Artikel 4:20
Beschermde planten
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening 2011