In deze paragraaf wordt verstaan onder: a. Inrichting: een voor het publiek toegankelijke ruimte waarin bedrijfsmatig, in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was of anders dan om niet handelingen en/of werkzaamheden worden verricht die zijn aan te merken als het exploiteren van hetgeen in het maatschappelijk verkeer wordt aangeduid als smartshop, headshop, growshop, belshop of internetcafé; b. Exploitant: de natuurlijke persoon voor wiens rekening en risico de inrichting wordt geëxploiteerd; diegene die de inrichting exploiteert. c. Leidinggevende: 1. de natuurlijke persoon voor wiens rekening en risico de inrichting wordt geëxploiteerd; diegene die de inrichting exploiteert; 2. de natuurlijke persoon, die algemene leiding geeft aan de exploitatie van de inrichting; 3. de natuurlijke persoon, die onmiddellijk leiding geeft aan de exploitatie van de inrichting. d. Bezoeker: degene die zich in een inrichting bevindt, met uitzondering van: 1. de leidinggevende(n) en de leden van diens gezin, de niet tot diens gezin behorende bloed- en aanverwanten van de ondernemer(s) en de leidinggevende(n) in de rechte lijn onbeperkt en in de zijlijn tot en met de derde graad; 2. het dienstdoende personeel; 3. hen, wier tegenwoordigheid in de inrichting, naar het oordeel van de burgemeester, door dringende omstandigheden wordt vereist; 4. personen, die vertoeven in een inrichting welke tevens is een inrichting tot het verschaffen van nachtverblijf als bedoeld in de verordening op logeer- en kamerverhuurinrichtingen.
Hoofdstuk 2 › Afdeling 8a › Paragraaf 1
Artikel 2.34a
Begripsomschrijving
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening Nieuwkoop 2009