Naar hoofdinhoud
Toeslag 20% De toeslag als bedoeld in artikel 25, eerste lid, van de wet bedraagt voor de alleenstaande en de alleenstaande ouder in wiens woning geen ander zijn hoofdverblijf heeft 20% van de gehuwdennorm. De toeslag als bedoeld in artikel 25, eerste lid, van de wet bedraagt 20% van de gehuwdennorm voor de alleenstaande en de alleenstaande ouder wiens woning uitsluitend wordt gedeeld met: inwonende kinderen die aldaar hun hoofdverblijf hebben en geen van deze kinderen een inkomen heeft dat gelijk is aan of hoger is dan de norm als bedoeld in artikel 21, onderdeel a, van de wet; en/of een verzorgingsbehoevende die aldaar zijn hoofdverblijf heeft en die door de alleenstaande of alleenstaande ouder (mede) wordt verzorgd. Toeslag 14% De toeslag als bedoeld in artikel 25, eerste lid, van de wet bedraagt 14% van de gehuwdennorm voor de alleenstaande en de alleenstaande ouder in wiens woning uitsluitend inwonende kinderen hun hoofdverblijf hebben, indien tenminste één van deze kinderen een inkomen heeft dat gelijk is aan of hoger is dan de norm als bedoeld in artikel 21, onderdeel a, van de wet. De toeslag als bedoeld in artikel 25, eerste lid, van de wet bedraagt voor de alleenstaande en de alleenstaande ouder op wie het eerste, tweede, derde of vijfde lid niet van toepassing is, 14% van de gehuwdennorm, indien een zakelijke overeenkomst inzake het gebruik van de woning is aangetoond. Toeslag 5% De toeslag als bedoeld in artikel 25, eerste lid, van de wet bedraagt voor de alleenstaande en de alleenstaande ouder, die inwoont bij zijn ouder(s) of verblijft in een instelling voor maatschappelijke opvang, 5% van de gehuwdennorm. De toeslag als bedoeld in artikel 25, eerste lid, van de wet bedraagt voor de alleenstaande en de alleenstaande ouder op wie het eerste tot en met het vijfde lid niet van toepassing zijn, 5% van de gehuwdennorm.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel