De gedragingen die verband houden met het geen of onvoldoende medewerking verlenen aan het verkrijgen of behouden van algemeen geaccepteerde arbeid, dan wel het tijdig nakomen van deze verplichtingen, worden in vier categorieën onderscheiden. Hierbij is de ernst van de gedraging het onderscheidend criterium. Een gedraging wordt ernstiger geacht naarmate de gedraging concretere gevolgen heeft voor het niet verkrijgen of behouden van betaalde arbeid.
De gedragingen die in dit artikel worden genoemd zijn niet concreet omschreven. De reden hiervoor is dat de WWB volstaat met een algemene omschrijving van de plicht tot arbeidsinschakeling. De concrete invulling van de verplichtingen dient zoveel mogelijk te worden afgestemd op de mogelijkheden van de individuele bijstandsgerechtigde.
Onder arbeidsinschakeling kan op grond van individuele omstandigheden mede worden verstaan sociale activering.
Voorts is in dit artikel opgenomen dat ook het niet tijdig voldoen aan de verplichtingen (schending van de medewerkingsplicht van artikel 17 WWB) kan leiden tot het opleggen van een maatregel.
Indien een belanghebbende niet tijdig voldoet aan de verplichtingen van artikel 8 en 17 van de wet, kan hem op grond van artikel 54 van de wet een hersteltermijn worden geboden om alsnog aan de verplichtingen te voldoen. Voldoet belanghebbende dan (binnen de hersteltermijn) alsnog aan de verplichtingen, dan wordt een maatregel opgelegd omdat hij niet tijdig (in eerste instantie) heeft voldaan aan de medewerkingsplicht. Als belanghebbende ook na de hersteltermijn niet voldoet aan de medewerkingsplicht kan de uitkering worden beëindigd.
Zie in dit verband ook de toelichting op artikel 10, waarbij een schending van de inlichtingenplicht van artikel 17 WWB wordt toegelicht.
Eerste lid
De eerste categorie, onderdeel a, betreft de formele verplichting om zich als werkzoekende in te schrijven, en ingeschreven te blijven, bij de Centrale organisatie werk en inkomen.
Onderdeel b betreft de verplichting om het individuele activeringsplan, het (standaard) trajectplan, te ondertekenen. Het trajectplan wordt als bijlage bij het besluit tot toekenning of voortzetting van de bijstand meegestuurd. Deze verplichting geldt uiteraard alleen als het college voorschrijft dat belanghebbende een trajectplan moet ondertekenen.
Tweede lid
De tweede categorie betreft de verplichting tot een actieve opstelling op de arbeidsmarkt, de eigen verantwoordelijkheid van de belanghebbende om bijvoorbeeld voldoende te solliciteren en te voldoen aan een oproep. Dit kunnen ook sollicitatieactiviteiten betreffen voorafgaand aan de bijstandsaanvraag.
Derde lid
In de derde categorie gaat het om gedragingen die direct een aanleiding vormen tot een beroep op bijstand of het zonder noodzaak langer voortduren daarvan. Het gaat hier om het stellen van niet verantwoorde beperkingen ten aanzien van het aanvaarden van arbeid en om gedragingen die de kansen op arbeidsinschakeling verminderen. Voorbeelden van deze categorie zijn negatieve gedragingen bij sollicitaties en onvoldoende meewerken aan het opgestelde trajectplan.
Vierde lid
De vierde categorie betreft het niet aanvaarden van algemeen geaccepteerde arbeid, alsmede het door eigen toedoen niet behouden van algemeen geaccepteerde arbeid voorafgaand aan de bijstandsaanvraag, dan wel het tijdens de bijstandsverlening niet behouden van (deeltijd)arbeid.
Hoofdstuk
Artikel 8
Indeling in categorieën
Onderdeel van Verordening afstemming en handhaving Wet Werk en Bijstand 2007 met toelichting