Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk Twee:

Artikel 9:

(Mede)gebruik van voorzieningen en vooroverleg

Onderdeel van Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuren

1.Een aanvrager is verplicht om bij de aanleg van kabels in openbare gronden zoveel mogelijk (mede)gebruik te maken van bestaande, hetzij door andere netbeheerders dan wel door of in opdracht van het college aangelegde voorzieningen. Het vooroverleg als bedoeld in artikel 5, tweede lid, dan wel een door het college geïnitieerd overleg naar aanleiding van een aanvraag als bedoeld in artikel 4, eerste lid, is er mede op gericht te bepalen of en zo ja langs welke delen van het tracé gebruik kan worden gemaakt van bestaande voorzieningen als bedoeld in het eerste lid. Indien de aanvrager een redelijk aanbod wordt gedaan om gebruik te maken van de vooraangelegde voorzieningen, zoals mantelbuizen, kabelgoten, of kabel- en leidingentunnels, is de aanvrager verplicht om voor de aanleg of uitbreiding van zijn netwerk van deze voorzieningen gebruik te maken. Indien de openbare gronden geen ruimte bieden voor de aanleg van nieuwe kabels, dient de aanvrager een alternatief tracé te kiezen, of aan andere netbeheerders een billijk verzoek tot medegebruik van kabels te doen. Het college kan aan het instemmingsbesluit nadere voorschriften of beperkingen verbinden omtrent het medegebruik van voorzieningen, zoals kabelgoten en geleidingen, die door derden of de gemeente tegen marktconforme prijzen ter beschikking worden gesteld,

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel