Naar hoofdinhoud
1.. Het volgens artikel 1 vastgestelde aantal vakantie-uren wordt verhoogd wegens het bereiken van de leeftijd van: 17 jaar en jonger met 28,8 uren 18 jaar met 21,6 uren 19 jaar met 14,4 uren 20 jaar met 7,2 uren van 40 t/m 44 jaar met 7,2 uren van 45 t/m 49 jaar met 14,4 uren van 50 t/m 54 jaar met 21,6 uren van 55 t/m 59 jaar met 28,8 uren 60 jaar en ouder met 36 uren 2.. Indien de ambtenaar in de loop van een kalenderjaar een leeftijd bereikt waardoor recht ontstaat op verhoging van het aantal voor hem geldende vakantie-uren wordt hij voor de toepassing van deze verordening geacht, die leeftijd op 1 januari van het kalenderjaar te bezitten.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel