Binnenhavengeld wordt niet geheven ter zake van:
1. het gebruik van de haven waarvoor zeehavengeld of havengeld
van de gemeentelijke jachthaven worden geheven;
2. het gebruik van de haven met een vaartuig, uitsluitend voor het in
de haven dokken, het op of aan een scheepsreparatie-inrichting
herstellen, het voor de eerste keer vaarklaar maken, het slopen,
het wisselen van bemanning, het stellen van kompassen, het
ontschepen van zieken of doden, mits:
het gebruik niet langer duurt dan voor een en ander noodzakelijk is en de termijn van 1 week niet te boven gaat;
van het voornemen en onmiddellijk na afloop van de handelingenof werkzaamheden vooraf schriftelijk aan het college van burgemeesteren wethouders wordt kennis gegeven;
de laatste kennisgeving dient vergezeld te gaan van een door de beheerder van de betrokken scheepsreparatie-inrichting afgegevenschriftelijke verklaring die de inhoud van de kennisgeving bevestigt.
3. het door ijs of ijsgang niet kunnen verlaten van de haven aan het
einde van de afgesproken termijn.
Artikel 9
Vrijstellingen
Onderdeel van Verordening tot vijfde wijziging van de “Verordening binnenhavengeld 2008”