Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5

Artikel 13

Artikel 13

Onderdeel van Afstemmingsverordening gemeente Wassenaar

Onder de term “zeer ernstige misdragingen” kunnen diverse vormen van agressie worden verstaan, zij het dat er sprake moet zijn van verwijtbaarheid en van gedrag dat in het normale menselijke verkeer in alle gevallen als onacceptabel wordt beschouwd. Gemeenten kunnen alleen een maatregel opleggen indien er een verband bestaat tussen de ernstige misdraging en (mogelijke) belemmeringen voor de gemeente bij het vaststellen van het recht op een uitkering en werk- leeraanbod (inclusief ambtshalve toekenning van een inkomensvoorziening). Vandaar dat in dit artikel wordt bepaald dat de zeer ernstige misdragingen moeten hebben plaatsgevonden onder omstandigheden die rechtstreeks verband houden met de uitvoering van de wetten. Waar de wetten spreken over het “zich jegens het college zeer ernstig misdragen” heeft dat in ieder geval betrekking op het college en gemeentelijke ambtenaren/werknemers. Ook kan een maatregel worden opgelegd als een belanghebbende zich agressief heeft gedragen tegenover een medewerker die door het college belast is met de uitvoering van de wetten(bijvoorbeeld een ingehuurde kracht, een medewerker van een re-integratiebedrijf, opleidingsinstituut, e.d.). Wat betreft het vaststellen van de ernst van de gedraging, kunnen de volgende vormen van agressief gedrag in een oplopende reeks (steeds ernstiger) worden onderscheiden: verbaal geweld (schelden); discriminatie; intimidatie (uitoefenen van psychische druk); zaakgericht fysiek geweld (vernielingen); mensgericht fysiek geweld; combinatie van agressievormen. Voor het bepalen van verwijtbaarheid van de gedraging zal gekeken moeten worden naar de omstandigheden waaronder de misdraging heeft plaatsgehad. In dit verband is het relevant een onderscheid te maken tussen instrumenteel geweld en frustratiegeweld. Van instrumenteel geweld is sprake als een belanghebbende het toepassen van geweld bewust gebruikt om een bepaald doel te bereiken (bijvoorbeeld het verkrijgen van een uitkering). Agressie die ontstaat door onmacht, ontevredenheid, onduidelijkheid en dergelijke kan worden aangeduid meet frustratiegeweld. Het moge duidelijk zijn dat de mate van verwijtbaarheid bij instrumenteel geweld groter is dan bij frustratiegeweld. In dit artikel worden drie maatregelen onderscheiden, te weten: 25% - bij verbaal geweld en discriminerend taalgebruik jegens het college; 50% - bij intimidatie en zaakgericht fysiek geweld; 100% - bij mensgericht fysiek geweld en combinaties van agressievormen. In het vijfde lid van dit artikel is nog vermeldt dat de WIJ (artikel 22, eerste lid) de mogelijkheid biedt de jongere uit te sluiten van het recht op een werkleeraanbod als hij zich jegens het college zeer ernstig misdraagt en hem dit te verwijten valt. Een dergelijk besluit dient wel na maximaal één maand heroverwogen te worden (artikel 22,tweede lid, WIJ). Een besluit tot uitsluiting van een werkleeraanbod geldt ook als een maatregelbesluit en telt zodoende mee voor de toepassing van recidive.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel