Deze verordening wordt aangehaald als: “Afstemmingsverordening gemeente Wassenaar.’
Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 23 mei 2011.
de griffier, de voorzitter,
ALGEMENE TOELICHTING
Met de inwerkingtreding van de Wet bundeling van uitkeringen inkomensvoorzieningen aan gemeenten (Wet BUIG) per 1 januari 2010 heeft de gemeente een grotere beleidsmatige rol en financiële verantwoordelijkheid gekregen rond de uitvoering van ondermeer de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW) en de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ).
De financieringssystematiek voor de IOAW en IOAZ is nu gelijkgetrokken met die van de Wet werk en bijstand, wat inhoudt een systeem van volledige budgetfinanciering en meer bevoegdheden voor gemeenten. Bij dit systeem past dat administratieve eisen worden afgeschaft en verplichtingen voor gemeenten worden omgezet in bevoegdheden bijvoorbeeld ten aanzien van de frequentie van heronderzoeken en de terugvordering van ten onrechte verstrekte uitkeringen. Ook de verplichting voor het college om in het kader van de IOAW en de IOAZ bij bepaalde overtredingen een maatregel op te leggen wordt omgezet in een bevoegdheid en de bestuurlijke boete in de IOAW en IOAZ is komen te vervallen. Wel is in de IOAW en IOAZ de verplichting opgenomen voor de gemeenteraad om per 1 juli 2010 bij verordening regels te stellen met betrekking tot de maatregelen (een zogeheten afstemmingsverordening) en voor de bestrijding van fraude. Deze wijzigingen zijn ook van toepassing op de Wet werk en inkomen kunstenaars maar deze wordt niet uitgevoerd door de gemeente Wassenaar maar door de centrumgemeente Den Haag.
In de afstemmingsverordening WWB, WIJ, IOAW en IOAZ wordt aan bovengenoemde wettelijke verplichting uitvoering gegeven. De gemeente Wassenaar heeft al een afstemmingsverordening WWB en WIJ. De afstemmingsverordening WWB dateert van 2004 en was nodig aan een update toe. Dit betrof met name een aanpassing van (de hoogte van) de diverse maatregelen, de te onderscheiden gedragingen en de ernst ervan, verhoging van de aangiftegrens bij inlichtingenfraude en de bepaling dat een maatregel altijd voor een bepaalde tijd wordt opgelegd en periodiek heroverwogen dient te worden.
De afstemmingsverordening WIJ is per 1 oktober 2009 in werking getreden maar zou op onderdelen afwijken van deze verordening en dat alleen als gevolg van leeftijd (personen van 18 tot en met 26 jaar), hetgeen ongewenst is.
Zodoende is ervoor gekozen één gezamenlijke verordening tot stand te brengen. Daar waar dat noodzakelijk is, wordt uitvoering gegeven aan specifieke gedragingen of artikelen in de diverse wetten. Zo kennen de IOAW en IOAZ de mogelijkheid om de uitkering blijvend te weigeren, waar dat in de WWB en WIJ niet mogelijk is. De WIJ noemt in de wet alleen specifieke gedragingen die kunnen leiden tot een verlaging van de inkomensvoorziening terwijl in de wet voorgeschreven is dat het werk- leeraanbod onder bepaalde omstandigheden kan worden ingetrokken, en daarmee vervalt dan ook de aanspraak op de inkomensvoorziening. De WWB kent specifieke gedragingen die te maken hebben met het betonen van ongenoegzaam besef van verantwoordelijkheid voor de voorzieningen in het bestaan, zoals het te snel interen van vermogen of het niet instellen van een alimentatievordering. De IOAW/IOAZ en WIJ kennen deze gedragingen weer niet. Daar waar noodzakelijk zijn in deze verordening bepalingen opgenomen voor specifiek in de vier wetten opgenomen regels.
In de diverse wetten is bepaald dat de gemeenteraad regels stelt omtrent het verlagen van de uitkering of inkomensvoorziening als de toepasselijke verplichtingen niet of onvoldoende worden nagekomen. Hierbij is sprake van maatwerk, waarbij recht wordt gedaan aan de individuele situatie en de persoonlijke omstandigheden van de betrokkene. Wezenlijk is dat het recht op uitkering of inkomensvoorziening altijd verbonden is aan de plicht van de betrokkene om zich naar vermogen in te zetten om weer onafhankelijk te worden van de uitkering of inkomensvoorziening. Alleen in het geval van het ontbreken van iedere vorm van verwijtbaarheid of de aanwezigheid van dringende redenen kan het college afzien van het opleggen van een verlaging van de uitkering of inkomensvoorziening als de toepasselijke verplichtingen niet of onvoldoende worden nagekomen.
Burgers van de gemeente Wassenaar die een beroep doen op de WWB, WIJ, IOAW en IOAZ worden door de gemeente waar nodig ondersteunt bij arbeidsinschakeling. Voorbeelden van voorzieningen die worden aangeboden zijn; scholing, loonkostensubsidies, gesubsidieerde arbeid, sociale activering, premies, kinderopvang en stages.
De kosten hiervan worden door de gemeente gedragen en vertaald in individuele trajecten. Er mag van de betrokkene verwacht worden dat deze zich optimaal inzet om het traject te doen slagen. Worden (individueel) opgelegde verplichtingen niet nagekomen dan leidt dit in beginsel tot een verlaging van de uitkering of inkomensvoorziening, waarvoor in deze verordening de basis is gelegd.
ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING