Naar hoofdinhoud
Begraving mag slechts geschieden indien van tevoren het verlof tot begraven of bezorging van as is overgelegd aan de beheerder. Indien de begraving of de bezorging van as in een eigen graf zal plaatsvinden, dient een machtiging daartoe aan de beheerder te worden overgelegd, ondertekend door de rechthebbende of, indien deze is overleden, door degene die in de uitvaart voorziet. Begraving of bijzetting in een eigen graf waarvan de uitgifte­termijn binnen de wettelijke minimum grafrusttermijn afloopt, kan alleen plaatsvinden onder gelijktijdige verlenging van de uitgifte­termijn met een zodanige periode dat de alsdan resterende uitgifte­termijn tenminste gelijk is aan de wettelijke minimum grafrust­termijn. De verlenging dient bij burgemeester en wethouders te worden aangevraagd door de rechthebbende of, indien deze is overleden , door één van de andere personen, genoemd in actikel 18, tweede lid. De in het vorig lid bedoelde periode van verlenging wordt naar boven toe afgerond op gehele jaren. De beheerder onderzoekt de genoegzaamheid van de overgelegde stukken.

Rechtspraak bij dit artikel