Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6

Artikel 32

Ruiming, bezorging van overblijfselen en as

Onderdeel van VERORDENING op het gebruik en beheer van de gemeente­lijke begraafplaats der gemeente Alblasserdam

Met inachtneming van de daarvoor bij of krachtens de wet gestelde regels kunnen burgemeester en wethouders de ruiming van eigen gravenop aanvraag van de rechthebbende toestaan. De in het eerste lid bedoelde ruiming geschiedt niet dan tegen beta­ling vanhet daarvoor krachtens de heffingsverordening verschul­digde recht. Rechthebbenden op eigen graven kunnen aan burgemeester en wethouders vragen om de overblijfselen te verzamelen om deze wederom in dezelfde grafruimte te doen plaatsen, dan wel om deze elders opnieuw te doen begraven . De rechthebbenden op een eigen urnengraf kunnen aan burgemeester en wethouders vragen de as ter beschikking te houden om elders bij te zetten of te doen verstrooien. Wanneer het recht op een bepaalde grafruimte is vervallen, zijn burgemeester en wethouders bevoegd, met inachtneming van de bij of krachtens de wet gestelde regels, dat graf te ruimen. Met de over­blijfselen van lijken en de as wordt gehandeld als in het zesde lid van dit artikel is bepaald . De ruiming van algemene graven geschiedt met inachtneming van de bij of krachtens de wet gestelde regels op last van burgemeester en wethouders met dien verstande dat ruiming niet eerder geschiedt na verloop van twintig jaren nadat in het graf laatstelijk een lijk is geplaatst. De bij ruiming van het graf nog aanwezige overblijfselen van lijken worden begraven en de as wordt verstrooid op een daartoe bestemd gedeelte van de begraafplaats . Nabestaanden van een overledene, die begraven is in een algemeen graf , kunnen gedurende de in het achtste lid bedoelde termijn aan burgemeester en wethouders vragen bij ruiming de overblijfselen, indien mogelijk , bijeen te brengen voor herbegraving in een eigen graf . Nabestaanden van een overledene waarvan een asbus is bijgezet in een algemeen urnengraf kunnen burgemeester en wethouders vragen om deze ter beschikking te houden voor herbegraving of verstrooiing elders . Wanneer tot ruiming van een graf zal worden overgegaan maken burgemeester en wethouders daarvan minstens één maand van tevoren bekend aan een nabestaand familielid . De burgemeeater kan in bijzondere gevallen van de in het vijfde lid genoemde termijn afwijken.

Rechtspraak bij dit artikel