Bij iedere begraving op de algemene begraafplaats kan desverlangd gebruik worden gemaakt van de aula en het zich daarin bevindende orgel.
Aan de nabestaanden van een overledene, die op de algemene begraafplaats zal worden begraven, kan worden toegestaan het stoffelijk overschot in de aula te doen opbaren en desgewenst aldaar gelegenheid te geven tot rouwbezoek.
In bijzondere gevallen kunnen burgemeest er en wethouders de in het eerste en tweede lid bedoelde mogelijkheid openstellen ten behoeve van de nabestaanden van een overleden ingezetene , die niet op de algemene begraafplaats zal worden begraven .
Burgemeester en wethouders kunnen naar behoefte het in het eerste en tweede lid bedoelde gebruik van de aul a regelen.
Het in het eerste tot en met het derde lid bedoelde gebruik wordt toegekend tegen betaling van het hiervoor in de heffingsverordening vastgestelde bedrag.
Hoofdstuk 7
Artikel 34
Gebruik van de aula
Onderdeel van VERORDENING op het gebruik en beheer van de gemeentelijke begraafplaats der gemeente Alblasserdam