Onder de erkende huisvestingskosten worden verstaan de door het college geaccepteerde kosten die worden gemaakt in verband met de uitvoering van de activiteiten, zijnde:
huren, waaronder worden verstaan de huren van gebouwen of lokalen en terreinen, welke zijn erkend als hoofdonderkomen/clubgebouw van de instelling (eventuele opbrengsten uit onderverhuur worden hierop in mindering gebracht);
de kosten van opstalrecht, onroerende zaakbelasting, rioolrecht, baatbelasting en eventueel andere zakelijke rechten;
premies van verzekeringen alsmede gebruikersheffingen verbandhoudende met de opstal en de inboedel;
kosten van water, verwarming en verlichting (energiekosten);
kosten van kleine aanschaffingen in verband met de instandhouding c.q. het onderhoud van het gebouw tot een maximum van € 453,78 per subsidiejaar;
(onderhouds)kosten van de buitenaccommodatie rond het in gebruik zijnde hoofdonderkomen/clubgebouw als bedoeld onder a;
overige door het college goedgekeurde huisvestingskosten.
Artikel 4:
Huisvestingskosten
Onderdeel van Subsidieverordening onderdeel Jeugd- en Jongerenwerk 2003