1
Aan de ouders van een leerling die een school voor basisonderwijs of een
speciale school voor basisonderwijs bezoekt, van wie het inkomen samen
meer bedraagt dan € 21.700, wordt slechts bekostiging verstrekt
voorzover de kosten van het vervoer van de leerling de kosten van het
openbaar vervoer over de in artikel 11 bepaalde afstand te boven
gaan.
2
In geval het college in plaats van bekostiging in geld toe te kennen het
vervoer zelf verzorgen dan wel doen verzorgen, betalen de ouders van een
leerling die een school voor basisonderwijs of een speciale school voor
basisonderwijs bezoekt, per leerling per schooljaar een eigen bijdrage
die gelijk is aan de kosten van het openbaar vervoer over de in artikel
11 bepaalde afstand, indien het inkomen meer bedraagt dan € 21.700.
3
De kosten voor openbaar vervoer, genoemd in het eerste en tweede lid,
betreffen de kosten van openbaar vervoer die op grond van de
zone-indeling in de regeling die is gebaseerd op artikel 30, eerste lid
van de Wet personenvervoer, voor de afstand redelijkerwijs zouden worden
gemaakt, ongeacht de aanwezigheid van openbaar vervoer of het
daadwerkelijk gebruik ervan.
4
Het bedrag van € 21.700, genoemd in het eerste en tweede lid, wordt met
ingang van januari 2008 jaarlijks aangepast aan de wijziging die het
indexcijfer van de regelingslonen van volwassen werknemers heeft
ondergaan ten opzicht van het voorafgaande jaar, en rekenkundig afgerond
op een veelvoud van € 450. Het aangepaste bedrag treedt in plaats van
het in het eerste en tweede lid genoemde bedrag van € 21.700.
5
Deze bepaling is niet van toepassing op de leerling voor wie ingevolge
titel 6 een vervoersvoorziening is verstrekt.
Hoofdstuk 5.
Artikel 23.
Drempelbedrag
Onderdeel van Verordening Leerlingenvervoer gemeente Lansingerland 2011