**1..** Het Algemeen Bestuur stelt jaarlijks vóór 1 juli, nadat de raden van de deelnemende gemeenten overeenkomstig artikel 35 van de wet hun zienswijze naar voren hebben kunnen brengen, de begroting voor het komende kalenderjaar vast.
**2..** De begroting gaat vergezeld van een duidelijke toelichting en van een meerjarenraming voor het betreffende begrotingsjaar en de drie daarop volgende jaren.
**3..** De begroting vermeldt de door elke gemeente verschuldigde bijdragen voor het begrotingsjaar.
**4..** De bijdragen van de gemeenten kunnen worden onderverdeeld in een bijdrage voor de uitvoering van wettelijke taken, een bijdrage voor de uitvoering van door de gezamenlijke gemeenten overgedragen taken en een bijdrage voor overige door individuele gemeenten aan de veiligheidsregio overgedragen taken en werkzaamheden.
**5..** Voor zover de bijdragen opgenomen in de begroting worden berekend op basis van de inwoneraantallen van de gemeenten, wordt uitgegaan van het aantal inwoners volgens de door het Centraal Bureau voor de Statistiek openbaar gemaakte bevolkingscijfers per 1 januari van het jaar, voorafgaande aan dat, waarvoor de bijdrage verschuldigd is.
**6..** Na de vaststelling van de begroting zendt het Algemeen Bestuur de begroting aan de raden van de deelnemende gemeenten, die ter zake bij Gedeputeerde Staten hun zienswijze naar voren kunnen brengen.
**7..** Het Dagelijks Bestuur zendt de begroting binnen twee weken na de vaststelling, doch in ieder geval vóór 15 juli van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, aan Gedeputeerde Staten.
**8..** Op besluiten tot wijziging van de begroting is artikel 35, vijfde lid, eerste volzin van de wet van toepassing.
Hoofdstuk 9
Artikel 26
Begroting
Onderdeel van Gemeenschappelijke Regeling Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant