Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 9

Werkwijze Algemeen Bestuur

Onderdeel van Gemeenschappelijke Regeling Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant

1.. Het Algemeen Bestuur vergadert overeenkomstig artikel 22 van de wet. 2.. De hoofdofficier van justitie en een vertegenwoordiger van de waterschappen, die door de voorzitters van de waterschappen, die binnen het grondgebied van de veiligheidsregio zijn gelegen, uit hun midden, is aangewezen, en de directeur veiligheidsregio worden in ieder geval uitgenodigd deel te nemen aan de vergadering. 3.. De regionaal commandant brandweer, de directeur GHOR, de directeur GMK, de korpschef van de politieregio en de coördinerend gemeentesecretaris of de aangewezen vervangers kunnen door de voorzitter worden uitgenodigd deel te nemen aan de vergadering. De voorzitter nodigt andere functionarissen wier aanwezigheid in verband met de te behandelen onderwerpen van belang is uit deel te nemen aan de vergadering. 4.. De commissaris van de Koningin wordt uitgenodigd om bij de vergadering aanwezig te zijn en kan zich laten vertegenwoordigen. 5.. De vergaderingen van het Algemeen Bestuur zijn openbaar, tenzij met in achtneming van artikel 22 van de wet wordt besloten de deuren te sluiten. In een besloten vergadering kan niet worden besloten over: het vaststellen of wijzigen van de begroting; het vaststellen van de rekening; het invoeren, wijzigen of afschaffen van retributies of andere heffingen; het vaststellen, wijzigen of intrekken van verordeningen; het vaststellen, wijzigen of intrekken van rechtspositieregelingen voor het personeel van de veiligheidsregio; het toetreden tot, het uittreden uit of het wijzigen of opheffen van de regeling; het treffen, wijzigen, verlengen of opheffen van een gemeenschappelijke regeling tussen de veiligheidsregio en andere openbare lichamen, alsmede het toetreden tot en het uittreden uit een dergelijke regeling; het oprichten van of deelnemen in stichtingen, maatschappen, vennootschappen en coöperatieve en andere verenigingen, dan wel het ontbinden daarvan of het beëindigen van deelneming daaraan. het tenminste één maal in de vier jaar vaststellen van een beleidsplan, als bedoeld in artikel 14 van de Wet veiligheidsregio’s; het tenminste één maal in de vier jaar vaststellen van een crisisplan als bedoeld in artikel 16 van de Wet veiligheidsregio’s

Rechtspraak bij dit artikel