1.De colleges van de deelnemende gemeenten wijzen elk uit hun midden twee leden van het algemeen bestuur aan.
2.De leden van het algemeen bestuur worden aangewezen voor een periode van vier jaar.Zolang de leden lid van het college zijn behouden zij het lidmaatschap van het algemeen bestuur, totdat hun opvolgers zijn benoemd.
De aanwijzing van de leden van het algemeen bestuur vindt plaats in de eerste vergadering van de colleges der deelnemende gemeenten in nieuwe samenstelling.
De leden van het algemeen bestuur treden tegelijk af op de dag waarop de leden van de colleges der deelnemende gemeenten aftreden.
Het lid dat ter vervulling van een buiten de gewone tijd van aftreden opengevallen plaats tot lid van het algemeen bestuur is aangewezen, treedt af op het tijdstip waarop degene in wiens plaats hij is benoemd, zou hebben moeten aftreden.
Het aanwijzen ter vervulling van plaatsen die door ontslag, overlijden of om een andere reden openvallen, vindt plaats binnen twee maanden na dat open vallen.
De leden van het algemeen bestuur kunnen te allen tijde ontslag nemen. Van dit ontslag stellen zij de voorzitter van het algemeen bestuur, alsmede het college dat hen heeft aangewezen, op de hoogte.
Het ontslag gaat onmiddellijk in en is onherroepelijk.
Het lidmaatschap van het algemeen bestuur is onverenigbaar met de betrekking van ambtenaar, door of vanwege het bestuur van de dienst aangesteld of daaraan ondergeschikt. Met ambtenaar worden voor de toepassing van dit artikel gelijkgesteld Wsw-werknemers en gesubsidieerde werknemers in dienst van de dienst, alsmede SBW-medewerkers, medewerkers in dienst bij de Stichting Fidant en medewerkers in dienst bij de Stichting Pijler Midden-Langstraat.
Elk lid van het algemeen bestuur heeft een plaatsvervanger.
Het bepaalde in lid 1 t/m 8 is van overeenkomstige toepassing op de plaatsvervanger.
Artikel 6
Artikel 6
Onderdeel van Gemeenschappelijke regeling Intergemeentelijke Sociale Dienst Midden-Langstraat