Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 1

Begripsbepalingen

Onderdeel van Algemene Subsidieverordening Alblasserdam

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: subsidie: de aanspraak op financiële middelen door het gemeentebestuur verstrekt met het oog op bepaalde activiteiten van de aanvrager, anders dan als betaling voor aan de gemeente geleverde goederen of diensten; activiteit: iedere vorm van menselijk handelen, voor zover het gemeentebestuur dit wil bevorderen; budgetsubsidie: een subsidie in de vorm van een bedrag per prestatie voor de uitvoering van activiteiten die het gemeentebestuur naar aard, inhoud, omvang en/of beoogde effecten wil beïnvloeden; exploitatiesubsidie: een subsidie ter hoogte van een vooraf bepaald maximum ter dekking van het tekort van de exploitatie van de subsidieontvanger, waarbij de gemeente op hoofdlijnen wil sturen op de aard van de activiteiten van de subsidieontvanger en de doelgroepen waarop deze activiteiten zich richten. waarderingssubsidie: een subsidie als waardering voor activiteiten die de gemeente van belang acht, zonder deze – of slechts in beperkte mate – naar aard, inhoud, omvang en/of beoogde effecten te willen beïnvloeden; projectsubsidie: een subsidie die in beginsel eenmalig wordt verleend ter uitvoering van een project (een samenhangend geheel van activiteiten gericht op het tijdig realiseren van een tevoren in de tijd vastgelegd doel met behulp van de inzet met geld, materiële en personele middelen) voor een specifieke gemeentelijke beleidsprioriteit; incidentele subsidie: een waarderingssubsidie die voor een bepaalde, niet structurele of niet regelmatig terugkerende activiteit wordt verleend; investeringssubsidie: een subsidie in de kosten van aankoop, verbouw, uitbreiding van accommodaties en/of materiële aanschaffingen ten behoeve van die accommodaties die voor de uitvoering van activiteiten noodzakelijk zijn; subsidieontvanger: een natuurlijke persoon of rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid aan wie subsidie is verleend; subsidieplafond: het bedrag dat het college gedurende een bepaald tijdvak ten hoogste beschikbaar stelt voor de verstrekking van gemeentelijke subsidies voor een cluster van activiteiten binnen de door de raad vastgestelde begroting; uitvoeringsovereenkomst: de overeenkomst die tussen de ontvanger van een budgetsubsidie of een projectsubsidie wordt gesloten ter uitwerking van de beschikking tot subsidieverlening; subsidieverlening: de beschikking met een omschrijving van de activiteiten waarvoor subsidie wordt verleend en waarin het subsidiebedrag wordt vermeld, dan wel de wijze wordt aangegeven waarop dit bedrag wordt bepaald, alsmede de aan de subsidieverlening verbonden verplichtingen; subsidievaststelling: de beschikking waarin definitief wordt beslist dat de aanvrager subsidie ontvangt ter hoogte van een bepaald bedrag, hetgeen het gemeentebestuur tot uitbetaling verplicht; directe subsidievaststelling: het vaststellen van het subsidie voor de aanvang van het subsidietijdvak, zonder dat er voorafgaand een subsidieverlening plaatsvindt; subsidietijdvak: het in de subsidieverlening genoemde tijdvak waarvoor subsidie is verleend; boekjaar: kalenderjaar, tenzij met de subsidieontvanger een ander tijdvak is overeengekomen; uitvoeringsregeling: een door het college vastgestelde nadere regeling van subsidies voor bepaalde activiteiten, waarin subsidiegrondslagen en –criteria en verdeelregels zijn opgenomen; voorziening: een voorziening als bedoeld in artikel 2:374 Burgerlijk Wetboek reserve: een reserve als bedoeld in artikel 2:373 Burgerlijk Wetboek; egalisatiereserve: reserve als bedoeld in artikel 4:72 Awb om de negatieve verschillen tussen de subsidie en de kosten van de gesubsidieerde activiteiten op te vangen; gedeputeerde staten; gedeputeerde staten van de provincie Zuid-Holland; de raad: de raad van de gemeente Alblasserdam; het college: burgemeester en wethouders van de gemeente Alblasserdam.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel