Indien het verstrekken van een investeringssubsidie heeft geleid tot vermogensvorming is de subsidieontvanger daarvoor een vergoeding verschuldigd in de volgende gevallen:
de subsidieontvanger vervreemdt of wijzigt de bestemming van voor het verrichten van de gesubsidieerde activiteiten gebruikte of bestemde goederen;
de subsidieontvanger ontvangt een schadevergoeding voor verlies of beschadiging van voor het verrichten van de gesubsidieerde activiteiten gebruikte of bestemde goederen;
de gesubsidieerde activiteiten worden geheel of gedeeltelijk beëindigd;
de subsidieverlening of de subsidievaststelling wordt ingetrokken of de subsidie wordt beëindigd;
de rechtspersoon die de subsidie ontving wordt ontbonden.
Bij de bepaling van de hoogte van de vergoeding wordt uitgegaan van de waarde van de vermogensbestanddelen op het tijdstip waarop de vergoeding verschuldigd wordt, met dien verstande dat in geval van ontvangst van schadevergoeding wordt uitgegaan van het bedrag dat als schadevergoeding door de subsidieontvanger wordt ontvangen.
Indien het onroerende zaken betreft, geschiedt de waardebepaling door een onafhankelijk deskundige.