Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 4

Benoeming leden

Onderdeel van Verordening op de rekenkamercommissie Wassenaar, Voorschoten en Oegstgeest.

De raad benoemt de leden van de rekenkamercommissie uit zijn midden en/of uit externen. Benoeming vindt plaats op voordracht van de gemeenteraden van Wassenaar, Voorschoten en Oegstgeest, elk voor één lid. De raad benoemt de voorzitter en de plaatsvervangend voorzitter van de commissie uit externen op een gezamenlijke voordracht van de gemeenteraden van Wassenaar, Voorschoten en Oegstgeest. De voorzitter, de plaatsvervangend voorzitter en de leden van de commissie worden benoemd voor een periode van maximaal vier kalenderjaren en kunnen maximaal éénmaal worden herbenoemd. Benoeming in een tussentijds ontstane vacature vindt plaats op voordracht van de gemeenteraad of –raden op wiens/wier voordracht benoeming van het vertrokken lid heeft plaatsgevonden. Niet tot voorzitter, plaatsvervangend voorzitter of lid van de commissie kunnen worden benoemd ambtenaren, door het bestuur van één van de gemeenten Wassenaar, Voorschoten of Oegstgeest aangesteld. De voorzitter, de plaatsvervangend voorzitter en de leden van de commissie nemen niet deel aan een onderzoek indien daarbij hun onpartijdigheid in het geding komt. De voorzitter, de plaatsvervangend voorzitter en de leden van de commissie leggen, alvorens zij hun functie kunnen uitoefenen, in een vergadering van de raad op wiens voordracht zij zijn benoemd en voor wat betreft de voorzitter en plaatsvervangend voorzitter in een vergadering van de raad van één van de drie gemeenten, in handen van de voorzitter van de raad de volgende eed (verklaring en belofte) af: “Ik zweer (verklaar) dat ik, om tot lid (voorzitter/plaatsvervangend voorzitter) van de rekenkamercommissie benoemd te worden, rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of welk voorwendsel ook, enige gift of gunst heb gegeven of beloofd. Ik zweer (verklaar en beloof) dat ik, om iets in dit ambt te doen of te laten, rechtstreeks noch middellijk enig geschenk of enige belofte heb aangenomen of zal aannemen.Ik zweer (beloof) dat ik getrouw zal zijn aan de Grondwet, dat ik de wetten zal nakomen en dat ik mijn plichten als lid van de rekenkamercommissie naar eer en geweten zal vervullen. Zo waarlijk helpe mij God almachtig! (Dat verklaar en beloof ik!)”

Rechtspraak bij dit artikel