Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 12

Verlaging bij schending informatieplicht

Onderdeel van Maatregelenverordening WWB 2010

1.. Als de belanghebbende verwijtbaar niet, niet tijdig, onvoldoende of onjuiste inlichtingen heeft verstrekt terwijl hem redelijkerwijs duidelijk had moeten zijn dat deze inlichtingen van invloed kunnen zijn op de arbeidsinschakeling of het recht op bijstand, of als de belanghebbende niet alle medewerking heeft verleend die nodig is voor de uitvoering van de wet, wordt de bijstand voor de duur van een maand met 10% verlaagd, 2.. De verlaging vindt bij voorkeur plaats in de maand volgend op die waarin de belanghebbende schriftelijk mededeling is gedaan van de verlaging. Indien dit niet mogelijk is kan de verlaging worden opgelegd in een volgende periode van bijstandsverlening, mits er na de constatering van de verwijtbare gedraging niet meer dan 12 maanden zijn verstreken, ofwel worden opgelegd- door middel van herziening van het recht op uitkering - in de maand waarop de gedraging plaatsvond. 3.. Indien de gedraging als bedoeld in het eerste lid niet heeft geleid tot ten onrechte of tot een te hoog bedrag verlenen van bijstand, kan worden afgezien van een verlaging als bedoeld in het eerste lid en kan worden volstaan met een schriftelijke waarschuwing, tenzij de gedraging heeft plaatsgevonden binnen een periode van 12 maanden vanaf de datum van het besluit waarbij eerder een waarschuwing aan de belanghebbende gegeven is.

Rechtspraak bij dit artikel