Indien belanghebbende in de periode voorafgaand aan de bijstandsverlening, of nadien, een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid heeft getoond voor de voorziening in het bestaan, waardoor eerder of langer een beroep op bijstand wordt gedaan dan redelijkerwijs nodig zou zijn geweest, of meer bijstand wordt verstrekt dan redelijkerwijs nodig zou zijn geweest vindt afstemming van bijstand plaats op grond van de ernst van de gedraging, de mate van verwijtbaarheid en de omstandigheden van de belanghebbende en zijn gezin. De afstemming kan er toe leiden dat bijstand geheel of gedeeltelijk wordt geweigerd, dan wel als lening wordt verstrekt.
Onder tekortschietend besef van verantwoordelijkheid wordt mede verstaan dat niet wordt voldaan aan verplichtingen als bedoeld in artikel 55 van de wet, die strekken tot vermindering of beëindiging van bijstand ofwel die verband houden met aard en doel van een bepaalde vorm van bijstand. Bij schending van deze verplichting wordt een maatregel opgelegd van 10% voor de duur van een maand.
Indien sprake is van onverantwoord snelle intering op vermogen zoals omschreven in het vierde lid van dit artikel, wordt de bijstand als volgt afgestemd:
bij onverantwoord snelle intering met een bedrag tot € 3.000,- wordt de bijstand gedurende drie maanden met 10% verlaagd;
bij onverantwoord snelle intering met een bedrag van € 3.000,- tot € 7.500,- wordt de bijstand gedurende zes maanden met 10% verlaagd;
bij onverantwoord snelle intering met een bedrag van € 7.500,- tot € 25.000,- wordt de bijstand gedurende zes maanden met 20% verlaagd;
bij onverantwoord snelle intering met een bedrag van € 25.000,- of meer wordt de bijstand gedurende twaalf maanden met 20% verlaagd.
Van onverantwoord snelle intering van vermogen is sprake indien, vanaf het moment waarop de belanghebbende redelijkerwijs kan weten dat hij op bijstand raakt aangewezen, het vermogen afneemt tot onder de grens van het vrij te laten vermogen (artikel 34, lid 2, onder d, en lid 3, WWB) als gevolg van spendering van middelen met meer dan anderhalf maal de voor de belanghebbende van toepassing zijnde bijstandsnorm inclusief vakantietoeslag.
Voor de toepassing van dit artikel wordt de bijstandsnorm verhoogd met de voor eigen rekening blijvende premie van een particuliere ziektekostenverzekering, alsmede met het verschil van de huursubsidie die de belanghebbende werkelijk ontvangt en de huursubsidie die hij zou hebben ontvangen bij een inkomen ter hoogte van de voor hem geldende bijstandsnorm.
Hoofdstuk 5.
Artikel 17
Tekortschietend besef van verantwoordelijkheid
Onderdeel van Maatregelenverordening WWB 2010