Overeenkomstig de voorschriften in de hierna volgende artikelen mogen op de graven worden aangebracht:
Op de eigen graven:
Staande gedenktekens, al of niet in combinatie met banden, welke dienen te voldoen aan de volgende afmetingen:
de hoogte boven het maaiveld dient niet meer te bedragen dan 1,20 m en niet minder dan 0,60 m;
de totale breedte dient niet meer te bedragen dan 0,80 m en niet minder dan 0,60 m;
de dikte van het toe te passen natuursteen mag niet meer bedragen dan 0,10 m en niet minder dan 0,08 m;
de eventueel toe te passen grafbanden dienen een breedte en hoogte te hebben van maximaal 0,12 m x 0,08 m en minimaal 0,08 x 0,05 m.
Beplantingen, mits zij volgroeid de hoogte van 0,75 m niet overschrijden en geen groter oppervlak beslaan dan het graf.
Wordt geen beplanting aangebracht doch wel een omranding met banden dan dient de ruimte ertussen te worden opgevuld met vlakke natuursteen in specie, flagstones of andere soortgelijke materialen, aan te brengen op een beton plaat, ofwel met grind of marmergrind.
Liggende gedenktekens met een lengte van 1,80 m of 0,85 m en een breedte van 0,80 m; het is tevens geoorloofd om 2 platen van 0,85 m x 0,80 m of 3 platen van 0,50 m x 0,80 m op hetzelfde graf te doen aanbrengen. Bij vervaardiging uit een natuursteensoort dient de dikte van deze gedenktekens minimaal 0,08 m te bedragen .
Op de algemene graven voor volwassenen en kinderen:
Op de algemene graven voor volwassenen en kinderen mogen uitsluitend liggende gedenktekens ter grootte van 0,50 m x 0,50 m x 0,08 m worden aangebracht.
Artikel 1
Artikel 1
Onderdeel van Uitvoeringsvoorschriften ter zake gedenktekenen en beplantingen op de graven