Naar hoofdinhoud

Artikel 4.3

Primaat van de verhuizing, uitraasruimte en andere voorwaarden

Onderdeel van Verordening Voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Eijsden-Margraten 2011

1.. Een persoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder g. onderdeel 5 en 6 van de wet kan voor een voorziening als bedoeld in artikel 4.2, lid 1 onder a., zonodig in combinatie met andere in artikel 4.2 genoemde voorzieningen, in aanmerking worden gebracht indien aantoonbare beperkingen als gevolg van ziekte of gebrek het normale gebruik van de woning belemmeren en verhuizing naar een andere zelfstandige woonruimte de goedkoopst adequate oplossing biedt. 2.. Een persoon als bedoeld in artikel 4.3 lid 1 komt ook in aanmerking voor een financiële tegemoetkoming ter hoogte van het bepaalde in artikel 5.3 lid 1 van het “Besluit nadere regels voorzieningen maatschappelijke ondersteuning 2010 gemeente Eijsden - Margraten” als de persoon, op eigen kosten, zijn woning adequaat aanpast. 3.. Een persoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder g. onderdeel 5 en 6 van de wet kan voor een voorziening als bedoeld in artikel 4.2, lid 1 onder b. in aanmerking worden gebracht indien aantoonbare beperkingen als gevolg van ziekte of gebrek het normale gebruik van de woning belemmeren en de in het eerste lid genoemde voorziening niet mogelijk is of niet de goedkoopst adequate voorziening is. 4.. Een persoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder g. onderdeel 5 en 6 van de wet kan voor een voorziening als bedoeld in artikel 4.2, lid 1 onder c. in aanmerking worden gebracht indien aantoonbare beperkingen als gevolg van ziekte of gebrek het normale gebruik van de woning belemmeren en de in het eerste lid genoemde voorziening niet mogelijk is of niet de goedkoopst adequate voorziening is. 5.. Indien de persoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder g. onderdeel 5 en 6 van de wet voor een onder lid 3 bedoelde woonvoorziening in aanmerking wordt gebracht indien het klachten betreft in verband met luchtwegallergieën/CARA, dan: komt enkel de slaapkamer in de huidige woonsituatie van de hiervoor genoemde persoon voor sanering in aanmerking; indien de hiervoor genoemde persoon jonger is dan 4 jaar, komt eveneens de woonkamer in de huidige woonsituatie voor sanering in aanmerking. 6.. Het college verleent slechts een woonvoorziening ten behoeve van onderhoud, keuring en reparatie als bedoeld in artikel 4.2, lid 1 onder d. indien: de woonvoorziening in het kader van deze wet, dan wel de wet voorzieningen gehandicapten, dan wel de Regeling Geldelijke Steun Huisvesting Gehandicapten of het Besluit Geldelijke Steun Huisvesting Gehandicapten is verleend; de betreffende woonvoorziening is opgenomen in het Besluit nadere regels; de ondersteuningsbehoevende ten tijde van het onderhoud, keuring en reparatie de woonruimte als hoofdverblijf heeft en bewoont; de gemaakte kosten binnen een jaar na betaling bij de gemeente worden gedeclareerd. 7.. Het college kan voor de duur van maximaal zes maanden een voorziening genoemd in artikel 4.2, lid 1 onder e. verlenen onder de volgende voorwaarden: Indien een ondersteuningsbehoevende in verband met aanpassing van zijn huidige of een nog te betrekken woning moet voorzien in noodzakelijke tijdelijke huisvesting en de kosten voor deze huisvesting noodzakelijk zijn. De voorziening genoemd in artikel 4.2, lid 1 onder e. kan per maand het bedrag genoemd in artikel 13 lid 1 onder a. van de Wet op de huurtoeslag niet te boven gaan. 8.. Het college kan voor de duur van maximaal zes maanden een voorziening genoemd in artikel 4.2, lid 1 onder f. verlenen aan de eigenaar van een woning teneinde deze woning ter beschikking of opnieuw ter beschikking van een ondersteuningsbehoevende te laten komen en onder de volgende voorwaarden: Het college kan geen voorziening genoemd in artikel 4.2, lid 1 onder f. verlenen over de eerste maand van huurderving. De voorziening genoemd in artikel 4.2, lid 1 onder f., kan per maand het bedrag genoemd in artikel 13 lid 1 onderdeel a van de Wet op de huurtoeslag niet te boven gaan. 1.. Een persoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder g. onderdeel 5 en 6 van de wet kan voor een voorziening als bedoeld in artikel 4.2, lid 1, onder g. in aanmerking worden gebracht indien sprake is van een op basis van aantoonbare beperkingen op grond van ziekte of gebrek aanwezige gedragsstoornis met ernstig ontremd gedrag tot gevolg, waarbij alleen het zich kunnen afzonderen kan leiden tot een situatie waarin deze persoon tot rust kan komen en de in het eerste lid genoemde voorziening niet mogelijk is of niet de goedkoopst adequate voorziening is.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel